82
werking werd ondervonden. Slechts de afdeling „Diplomatieke Zaken” van het Dep. van Buitenlandse Zaken, onder leiding van Baron van Pallandt, maakte hierop een loffelijke uitzondering.
Aangezien mijn verzoeken tot verbetering en versnelling van de organisatorische opzet niet baatten, richtte ik mij op 14 November
1944 schriftelijk tot de heer G. F. Ferwerda........met het verzoek,
van mijn taak te worden ontheven, aangezien ik onder gegeven omstandigheden het vooruitzicht, om deze met een redelijke kans op
succes te kunnen vervullen, niet aanwezig achtte ...... Als gevolg
werd mij de toezegging gedaan, dat verscheidene der gewraakte belemmeringen uit de weg geruimd zouden worden, waarna ik op dringend verzoek van de heer Ferwerda en in de overweging, dat het belang der gedeporteerden eiste, dat het werk niet onderbroken zou worden, mijn ontslagaanvrage introk. Ondanks de gedane toezeggingen bleef alles bij het oude.
B. Bevrijding gedeporteerden.
2) Bevrijding der geïnterneerden in Poolse kampen, door hulp van de Poolse verzetsgroepen.
Deze actie stond onder leiding van een ondergronds comité te Warschau, dat van het Poolse Ministerie van Binnenlandse Zaken te Londen directieven ontving. Bedoeld ministerie verstrekte mij vertrouwelijk inzage van desbetreffende rapporten, betrekking hebbende op de bevrijding uit werkkampen, verschaffing van valse persoonsbewijzen en distributiekaarten en van geldmiddelen, hulp aan de bevrijden bij onderduiken etc.. Tevens bood bedoeld ministerie aan, te zullen trachten, deze hulpverlening ook uit te strekken tot Nederlandse gedeporteerden, mits de' kosten door de Nederlandse Regering gedragen werden. Bij wijze van proef werd, met goedkeuring van de minister van Sociale Zaken, in Juli 1944 een bedrag van $ 10.000 hiertoe beschikbaar gesteld. De overmaking dezer gelden aan voormeld Pools Ministerie van Binnenlandse Zaken werd ingevolge een uitgebreide gedachtenwisseling tussen ons Departement van Sociale Zaken en van Financiën zozeer vertraagd, dat zij eerst in Januari 1945 geremitteerd werden. Inmiddels was de militaire en politieke situatie zo zeer gewijzigd, dat de actie als doelloos beschouwd kon worden.
3) Poging tot bevrijding van circa .2500 a 3000 Nederlanders uit Bergen-Belsen.
Op 5 Maart 1945 overhandigde de heer Willems, Nederlands persattaché te Stockholm, kort te voren uit Zweden overgekomen, een schrijven van de heer Woensdregt, meldende dat onderhandelingen ter evacuatie naar Zweden van 2 a 3000 te Belsen geïnterneerde Nederlanders zich in een ver gevorderd stadium bevonden, met verzoek via Buitenlandse Zaken de gezant te doen instrueren, de Zweedse Regering er van in kennis te stellen, dat Nederland voor eventuele kosten zou opkomen. ✓