t
81
nood der gedeporteerden, terwijl ik in deze generlei activiteit van Nederlandse zijde heb kunnen vaststellen.
........ Hierbij bleek, dat op het toenmalige tijdstip geen enkel
Nederlands regeringsorgaan zich omtrent het lot der Nederlandse gedeporteerden bekommerd had.
........ Wegens ontstentenis van een voor de burgerlijke gedeporteerden aansprakelijke instantie, stelde ik voor, ter zake Z. K. H. Prins Bernhard of H. M. de Koningin te approcheren, welke gedachte door Mr. de Groot met klem werd afgewezen.
A. Toezending voedselpakketten.
1) Zweden. — Ter zake stelde ik mij in verbinding met de heer N. Woensdregt, .... Nadat deze mij in principe de mogelijkheid tot pakkettenverzending van daar uit bevestigd had, mits een desbetreffend verzoek door de Nederlandse Regering tot de Zweedse gericht zou worden, bleek, dat, in verband met de geallieerde blokkademaatregelen, de toestemming van het Brits-Amerikaaris-Zweeds „Standing Com-mittee” vereist was. Deze stelde ha<ar accoordverklaring afhankelijk van de instemming van het Britse Ministry of Economie Warfare, welke ik op korte termijn wist te verkrijgen. Mijn telegram, tot verwittiging van Stockholm in zake deze gunstige beslissing, werd, naar mij achteraf bleek, niet door Mr. de Groot doorgezonden. Inmiddels werd van het Departement van Financiën, door bemiddeling van de A.R.R., de beschikking gekregen over Zw.Kr. 50.000 maandelijks.
2) Zwitserland. — ........ Aanstonds werd met de Joodse Co-
ordinatie-commissie contact gezocht, teneinde de voorziening der joodse' gedeporteerden gezamenlijk te organiseren. Dezerzijds werd onder de aandacht van de minister van Sociale Zaken gebracht, dat de financiering van relief aan Nederlandse onderdanen door de Nederlandse Regering gedragen zou moeten worden. Z.E. besloot, met ingang van 1 September 1944, maandelijks de helft van voornoemd bedrag aan de Joint te vergoeden. (Zw. fr. 12500.— Rapp.) De verwezenlijking dezer toezegging bleef echter uit; ondanks herhaald aandringen mijnerzijds vond de eerste remise pas in Februari 1945 plaats. Bijgevolg was de Joint, vergeefs uitziende naar overmaking der toegezegde gelden, genoopt zijn subsidie aan de J.C.C. tijdelijk te staken, zodat gedurende
1 a 2 maanden de maandelijkse verzending aan gedeporteerden geen doorgang heeft kunnen vinden, juist in de tijd, dat laatstgenoemden het meest in nood waren.
De hoofdoorzaak van deze mislukking onzer hulpactie ligt echter m.i. bij voormelde registratie-afdeling van het Regeringscommissa-*
riaat ........ De samenstelling der eerste lijst, die zeer onvolledig
en onnauwkeurig bleek te zijn, vorderde circa één maand — hierna groeide de achterstand snel aan, totdat de tweede lijst eerst na omstreeks 3 maanden gereed kwam!
Met leedwezen moet geconstateerd worden, dat zijdens de diverse organen der Nederlandse Regering slechts een geringe mate van mede-