174
betreffende mevrouw Wijsmuller tot misverstand aanleiding heeft gegeven, dat die mededeling uitsluitend betrekking had op de in Februari door mevrouw Wijsmuller ondernomen reis, doch dat het Uw Hoofdbestuur bekend was, dat mevrouw Wijsmuller bij vroegere reizen van de voorzitter van de afdeling Amsterdam van het Nederlandse Rode Kruis de opdracht aanvaard had om genees-, verband- en ontsmettingsmiddelen over te brengen, — zie ik mij genoodzaakt persoonlijk maatregelen te nemen om dat misverstand op te heffen.
Ik heb daartoe aan mevrouw Wijsmuller afschrift van de met U over deze aangelegenheid gevoerde correspondentie gegeven.
De voorzitter van de afd. Amsterdam, (w.g. ) W. F. Veldhuyzen.
BIJLAGE K.
Hoofdbestuur van het ’s-Gravenhage, 24 April 1941
Nederlandse Rode Kruis Prinsessegracht 27.
No. P/32/41.
Het Dagelijks Bestuur van het Nederlandse Rode Kruis deelt U mede, dat het de inhoud van Uw schrijven van 16 April 1941, in het bizonder voor wat betreft de woorden: „niet van oprechtheid getuigend slimmigheidje”, niet zonder meer kan aanvaarden.
Indien die woorden door U niet worden teruggenomen, ziet het Dagelijks Bestuur zich, zij het tot zijn leedwezen, genoodzaakt andere maatregelen te nemen.
Voor het Dagelijks Bestuur,
de eerste-ondervoorzitter:
(w.g.) W. J. van Lynden.
de secretaris-generaal:
(w.g.) H. H. Thoden van Velzen.
Aan: de voorzitter der afdeling „Amsterdam” van het Nederlandse Rode Kruis
Arts W. F. Veldhuyzen, Wilhelmina Gasthuis, Amsterdam.
BIJLAGE L.
Het Nederlandse Rode Kruis Amsterdam, 27 April 1941
Afdeling Amsterdam.
In antwoord op Uw schrijven van 24 April j.1. No. P/32/41, bericht ik U, dat ik de woorden: „met een, niet van oprechtheid getuigend slimmigheidje, n.1.” uit mijn brief van 16 April j.1. terugneem!
(w.g.) W. F. Veldhuyzen, Voorzitter der afdeling Amsterdam.
Aan het Dagelijks Bestuur
van het Nederlandse Rode Kruis
Prinsessegracht 27, ’s-Gravenhage.