173
voldoende belicht. In de ter beschikking staande gegevens vindt het Dagelijks Bestuur geen aanleiding om bij de Duitse autoriteiten terug te komen op het aan het Bureau für auswärtige Angelegenheiten gerichte schrijven van 10 Februari j.1.
Voor het Dagelijks Bestuur de eerste-ondervoorzitter (w.g.) W. J. van Lynden De secretaris-generaal (w.g.) H. H. Thoden van Velzen
Aan de voorzitter der afdeling Amsterdam van het Nederlandse Rode Kruis.
BIJLAGE J.
Het Nederlandse Rode Kruis Amsterdam, 16 April 1941
Afdeling Amsterdam
Aan het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis, Prinsessegracht 27, Den Haag.
Ik kwam in het bezit van Uw schrijven van 9 April 1.1. No. 554/41, in antwoord op mijn brief van 4 April 1941.
Het zal U duidelijk zijn, dat ik met dat antwoord geen genoegen kan nemen.
De in haar algemeenheid onjuiste mededeling van de zijde van het Hoofdbestuur in Februari j.1. aan het Bureau für auswärtige Angelegenheiten: „dat noch door de afd. Amsterdam, noch door het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis aan mevrouw Wijsmuller enige opdracht was gegeven”, valt achteraf niet te verdedigen met een, niet van oprechtheid getuigend slimmigheidje, n.1. door in mijn brief van 4 April een scherp onderscheid te lezen tussen de woorden verzoek en opdracht. Aan iemand, die niet in bezoldigde dienst van het Rode Kruis is, kunnen geen opdrachten gegeven worden, doch kan slechts verzocht worden een bepaalde taak op zich te nemen. De inwilliging van dat verzoek staat klaarblijkelijk gelijk met het vrijwillig aanvaarden van een opdracht.
In mijn brief van 4 April heb ik doen uitkomen, dat ik geen opdracht voor reizen naar Frankrijk heb gegeven, m.a.w. niet verzocht heb om naar Frankrijk te reizen. Ik schreef U, en het was U reeds bekend, dat mevrouw Wijsmuller uit anderen hoofde naar Frankrijk ging, zodat het verzoek of de opdracht zich beperkte tot het medenemen van genees-en ontsmettingsmiddelen.
De brief van mevr. Wijsmuller van 29 Maart j.1. is daarmede volkomen in overeenstemming, waar zij uitdrukkelijk schrijft, dat zij b ij vroegere reizen een opdracht had o m geneesmiddelen en ontsmettingsmiddelen over te brengen.
Waar mij echter uit Uw antwoord gebleken is, dat U niet bereid bent om aan het Bureau für auswärtige Angelegenheiten de eenvoudige mededeling te doen, dat U reden heeft te vermoeden, dat Uw mededeling