172
mevrouw Wijsmuller enige opdracht was gegeven, in haar algemeenheid onjuist. Deze mededeling in die vorm aan het Bureau für auswärtige Angelegenheiten verstrekt, kan niet nagelaten hebben een verkeerde indruk te vestigen, waarvan mevrouw Wijsmuller in haar werk voor anderen (Departement van Justitie, diverse consulaten, Belgische Rode Kruis, e.a.) de gevolgen ondervindt.
Deze verkeerde indruk kan niet rechtgezet worden door aan mevrouw Wijsmuller mede te delen, dat .het uitsluitend haar reis van Februari gold, doch deze rechtzetting dient dan bij het Bureau für auswärtige Angelegenheiten te geschieden.
Gaarne zal ik van U vernemen, op welke wijze Uw Hoofdbestuur zulks gedaan heeft.
De voorzitter der afdeling Amsterdam van het Nederlandse Rode Kruis, (w.g.) W. F. Veldhuyzen.
BIJLAGE I.
Hoofdbestuur van het ’s-Gravenhage, 9 April 1941
Nederlandse Rode Kruis Prinsessegracht 27.
No. 554/41.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 4 April j.1. deelt het Dagelijks Bestuur van het Nederlandse Rode Kruis U mede, dat van de zijde van het Hoofdbestuur nimmer opdrachten zijn verstrekt aan mevr. Wijsmuller voor reizen naar Frankrijk. In zoverre is de inhoud van het door U aangehaalde schrijven aan het „Bureau für auswärtige Angelegenheiten” derhalve juist.
Volgens het gestelde in Uw schrijven zijn ook door de afdeling Amsterdam geen opdrachten aan mevr. W. gegeven, doch zijn op Uw verzoek genees- en verbandmiddelen door mevr. W. naar Frankrijk overgebracht.
Ook voor wat betreft Uw afdeling is het schrijven aan het „Bureau für auswärtige Angelegenheiten” derhalve juist'.
Intussen spreekt mevr. W. in een tot het Hoofdbestuur gericht schrijven van 29 Maart j.1. wel degelijk van opdrachten, welke door U voor reizen naar Frankrijk zouden zijn gegeven. Immers zij schrijft:
dat uw antwoord slechts betrekking had op mijn toenmalige reis, en dat het U echter bekend is, dat ik bij vroegere reizen, n.1. in October, November, a.p. en Januari 1941 een opdracht had van de voorzitter van de afdeling Amsterdam van het Nederlandse Rode Kruis om geneesmiddelen en ontsmettingsmiddelen naar de commandant van het vluchtelingenkamp in Zuid-Frankrijk over te brengen, die deze hulp aan de voorzitter van de afdeling Amsterdam had gevraagd.
Overigens acht het Dagelijks Bestuur deze aangelegenheid thans