BIJLAGE G.
170
Hoofdbestuur van het ’s-Gravenhage, 1 April 1941
Nederlandse Rode Kruis Prinsessegracht 27.
No. 554/41.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 29 Maart j.1. heeft het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis de eer U mede te delen, dat het gestelde in de eerste zin van de tweede alinea van het tot U gericht schrijven van het Hoofdbestuur d.d. 26 Maart 1941, No. 554/41 inderdaad uitsluitend betrekking heeft op Uw in Februari voorgenomen reis naar Frankrijk. Op vroegere reizen kan het gestelde in die zin, althans van wat betreft aan U van de zijde van het Hoofdbestuur verstrekte opdrachten, geen betrekking hebben, omdat het Hoofdbestuur nimmer toestemming heeft gegeven voor die reizen. Eerst in Januari j.1. bleek aan het Hoofdbestuur, dat aan U van de zijde van de afdeling Amsterdam opdrachten waren verstrekt voor reizen naar Frankrijk. Aan het geven van dergelijke opdrachten zonder medeweten van het Hoofdbestuur is, zoals U bekend is, aanstonds een einde gemaakt, omdat zij werden gegeven, zonder dat de Duitse autoriteit daarin was gekend.
Het gestelde in de laatste alinea van Uw schrijven moet op een misverstand berusten, daar het toch niet alleen Uw bedoeling was om kinderen naar Frankrijk te brengen resp. te halen — referte Uw in het Duits gesteld rondschrijven betreffende het zenden van kleding, levensmiddelen, medicamenten enz. naar het kamp Gurs en het onderhoud, dat de heer van Lynden en ondergetekende met U in Januari j.1. mochten hebben.
Voor het Hoofdbestuur de secretaris-generaal (w.g.) H. H. Thoden van Velzen.
Aan Mevrouw G. Wijsmuller—Meijer Nassaukade 125, Amsterdam.
BIJLAGE H.
Het Nederlandse Rode Kruis Amsterdam, 4 April 1941.
Afdeling Amsterdam
Aan het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis, Prinsessegracht 27, ’s-Gravenhage.
Mijne Heren,
Mevrouw G. Wijsmuller—Meijer toonde mij Uw brieven aan haar gericht, van 26 Maart j.1. No. 554/41 en van 1 April j.1. No. 554/41.
Deze brieven bevatten enige onjuistheden, welke rechtgezet dienen te worden.
Het is in tweeërlei opzicht onjuist, dat eerst in Januari j.1. aan Uw Hoofdbestuur bleek, dat mevrouw Wijsmuller van de zijde van de afdeling Amsterdam opdrachten waren verstrekt voor reizen naar Frankrijk. Op 24 December 1940 heb ik te zamen met mevrouw Wijsmuller een onderhoud gehad met Uw voorzitter en secrertaris-generaal, waarbij ook Dr. Offerhaus tegenwoordig was. Daarbij heb ik U mede