i6g
Nederlandse Rode Kruis aan het Duitse Rode Kruis geen brief is uitgegaan, waarin varzocht werd U geen hulp meer te bieden.
Wel is dezerzijds op 10 Februari j.1. aan het Bureau für auswärtige Angelegenheiten hier ter stede geschreven, dat noch door de afdeling Amsterdam noch door het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis aan U enige opdracht was gegeven. Deze mededeling vond plaats naar aanleiding van een kort telefoongesprek tussen genoemd bureau en het Hoofdbestuur, welk onderhoud zich had beperkt tot de vraag, of van de zijde van het Nederlandse Rode Kruis een opdracht aan U was verstrekt om U naar Frankrijk te begeven met een transport goederen, medicamenten, tabak, enz.
Voor het Hoofdbestuur Mevrouw G. Wijsmuller—Meijer de secretaris-generaal
Nassaukade 125, Amsterdam. i.o., de secretaris (w.g.) Beelaerts.
BIJLAGE F.
G. Wijsmuller—Meijer
Nassaukade 125. Amsterdam, 29 Maart 1941
Aan het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis, Prinsessegracht 27, ’s-Gravenhage.
Mijne Heren,
Hiermede bevestig ik de ontvangst van Uw schrijven van 26 dezer No. 554/41.
De eerste zin van de tweede alinea wil zeggen, dat mij inFebruari noch door het Hoofdbestuur, noch door de afdeling Amsterdam van het Nederlandse Rode Kruis enige opdracht was gegeven.
De redactie kan echter de indruk vestigen, dat het de bedoeling was te doen uitkomen, dat ook voordien mij geen opdrachten van de zijde van het Nederlandse Rode Kruis zouden zijn verstrekt.
Aangezien ik redenen heb te veronderstellen, dat Uw antwoord in de laatste zin is opgevat, verzoek ik U beleefd mij te willen bevestigen, dat zulks niet Uw bedoeling was; dat Uw antwoord slechts betrekking had op mijn toenmalige reis, en dat het U echter bekend is, dat ik bij vroegere reizen, n.1. in October, November, a.p. en Januari 1941 een opdracht had van de voorzitter van de afdeling Amsterdam van het Nederlandse Rode Kruis om geneesmiddelen en ontsmettingsmiddelen naar de commandant van het vluchtelingenkamp in Zuid-Frankrijk over te brengen, die deze hulp aan de voorzitter van de afdeling Amsterdam had gevraagd.
Ik voeg hieraan nog toe, dat mijn reis in Februari tot doel had kinderen van hier naar het onbezette Frankrijk te brengen en uit het bezette Frankrijk een kind naar hier mede te nemen. Deze kindertransporten heb ik sedert 1938 in overleg met, of in opdracht van Nederlandse en diverse buitenlandse autoriteiten' verricht.
In afwachting Uwer berichten verblijf ik
Met de meeste hoogachting (w.g.) G. Wijsmuller—Meijer.