Pakkettenrapport Rode Kruis

Titel
Pakkettenrapport Rode Kruis

Jaar
1947

Druk
1947

Overig
Uitgegeven door het Nederlandse Rode Kruis, 1ed

Pagina's
172



154

merkbaar waren, werd door mij de gelegenheid gebruikt dit aan de gedelegeerde van het C.I.C.R., de heer Jean Friedrich, voor te leggen, toen hij in Mei 1943 het Nederlandse Rode Kruis een bezoek bracht. Tijdens dit gesprek vroeg de heer Friedrich mij, of ik hem namen kon bezorgen van politieke gevangenen, daar het C.I.C.R. van Duitse zijde toestemming had gekregen, pakketten te sturen, mits deze van naam en adres waren voorzien. Vermoedelijk was deze toestemming gegeven, omdat de Duitsers niet konden verwachten, dat deze namen in Genève bekend waren. Op mijn vraag, waarom de heer Friedrich dit niet aan het Hoofdbestuur had voorgelegd, kreeg ik het antwoord, dat men op het Hoofdbestuur hierop niet was ingegaan. Toen een half jaar later het Hoofdbestuur van de tweede gedelegeerde van het C.I.C.R. hoorde, dat ik deze namen verzamelde, stelde ik voor, dit werk niet alleen in mijn vrije tijd, doch ook in Rode Kruis-verband voort te zetten. Hiervoor voelde men weinig, doch eindelijk na drie maanden werd ik overgeplaatst naar de afdeling Burgergeïnterneerden. Ook hier vond ik weinig medewerking, doch neem aan, dat dit meer op eeni formaliteit berustte. Eerst einde Augustus 1944 bracht het Hoofdbestuur het I.K.O. (Interkerkelijk Overleg — Rapp.) met mij ’:n contact, maar toen was het te laat iets te ondernemen door de bevrijding van het Zuiden en het verbreken van ieder contact met Zwitserland en Duitsland.

In het verweer staat, dat „iedere hulpactie geldelijk werd gesteund en aangemoedigd: de ca. 6000 namen, die mevrouw Ross had verzameld, werden langs geheime kanalen naar Genève gezonden.” Dit wekt de indruk, als werden de „geheime kanalen" door het Hoofdbestuur geschapen. Dit is niet juist. Het was de heer Friedrich, die zelf niet meer naar het buitenland mocht gaan (vermoedelijk, omdat hij als Zwitser de 60 namen van politieke gevangenen had meegenomen), die de heer W. E. A. de Graaf, directie Philips, Eindhoven, naar mij verwees. Het Hoofdbestuur heeft nooit geweten, wie deze tussenpersoon was. Ook wist het Hoofdbestuur niet, dat door Philips ca. 15 transporten naar Duitse gevangenissen werden georganiseerd om daar op sterven liggende gevangenen te halen, nadat de papieren in Nederland in orde waren gebracht.

Ik moge in dit verband op het feit wijzen, dat de namen, die door mijn medewerkers em mij zijn verzameld, vanuit Genève naar Londen werden doorgegeven. Buitendien werden zij door mijn medewerkers langs twee verschillende wegen eveneens naar Londen gestuurd.”

De aanval in het protest richt zich vervolgens op het vermeende feit, dat de illegaliteit nooit een poging zou hebben gedaan om met het Dagelijks Bestuur in verbinding te treden, teneinde samen een oplossing te zoeken (bladz. 146).

Over dit onderdeel van het verweer laat de commissie weer enige verklaringen volgen, die een enigszins andere indruk van de zaak geven:

J h r. G. M. Verspyck:

,,De illegaliteit wist zeer goed, dat het aan Rode Kruis-medewerkers (zij het ook vergeefs) werd verboden illegaal werk te verrichten;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.