145
overhandigen. (Zie verder omtrent het mooie werk van Mevr. Ross bijlage 10 van het rapport.)
1942-43
Er moest dus naar andere wegen worden uitgezien om onze politieke gevangenen in Duitsland te helpen, aangezien dit officieel voor het Rode Kruis volkomen onmogelijk was geworden. Hiervoor werd ingeschakeld Mr. Vleer, de latere chef van de 5e Afd. van het Informatiebureau. De Secretaris-Generaal droeg hem op om aan alle Commandanten van concentratiekampen en gevangenissen in Duitsland, waar Nederlanders waren, te vragen of zij bereid waren pakketten voor hun gevangenen te aanvaarden en te distribueren. Hierop kwamen verschillende bevestigende antwoorden binnen en over de post werden nu een aantal pakketten afgezonden, doch slechts zelden kwam een bewijs van ontvangst binnen. Dit waren geen Rode-Kruis-pakketten, aangezien aan het Rode Kruis ook verboden was van de post gebruik te maken, maar met gefingeerde namen als afzenders. Verder werd de Kap.-ter-Zee b.d. L. F. Klaassen, adviserend lid van het Hoofdbestuur, ingeschakeld, wien het geregeld gelukte een aantal pakketten te verzenden (zie bijlage 1 van het rapport). Van het Zweedse Gezantschap, noch van het Zweedse Rode Kruis, ontvingen wij ooit een direct antwoord.
1943-44
Aan de verschillende gedelegeerden van het Comité International de la Croix-Rouge, die achtereenvolgens ons land bezochten, werd steeds op de meest dringende wijze verzocht onze politieke gevangenen in Duitsland te helpen, hetzij door middel van Zweden, Denemarken of Genève. Veel resultaat hebben zij, zoals later is gebleken, helaas niet kunnen boeken. Niettegenstaande alle Duitse verbodsbepalingen en tegenwerking werd voortdurend gezocht naar wegen om onze ongelukkige landgenoten te. helpen;- iedere hulpactie van derden werd geldelijk gesteund en aan-gemoedigd (zie pag. 14, bijlagen 1-9 van het rapport). De ± 6000 namen, die Mevr. Ross-Regeur op zo voortreffelijke wijze had verzameld, werden langs geheime kanalen naar Genève gezonden.
1944-45
Ook Mevr. Ie Cosquino de Bussy en Ds. Hylkema, die door persoonlijke relaties nog pakketten konden verzenden, ontvingen van het Hoofdbestuur de lijsten van Mevr. Ross. Al deze zendingen bleven echter klein, niettegenstaande alle in het werk gestelde pogingen.
Over het mooie werk van de Afdeling Maastricht (Bijlage 9) kunnen ondergetekenden geen oordeel uitspreken, aangezien deze afdeling, tengevolge van de intriges van den vroegeren Kringcommissaris Mr. Russel met de Duitsers, reeds in 1943 was opgeheven en de heer Pop hun volkomen onbekend is.
Ondertussen was het den Duitsers niet ontgaan, dat het Dagelijks Bestuur van het Nederlandsche Roode Kruis, niettegenstaande hun verbodsbepalingen, toch zijn pogingen voortzette. Trouwens de tegen-