144
werd opgericht. Ook in Amersfoort, Utrecht en Amsterdam werd deze actie door het Dagelijks Bestuur middels zijn afdelingen met goed gevolg doorgezet.
1941
De IVe Afdeling A. van het Informatiebureau trachtte pakketten door te sturen naar Duitse concentratiekampen en, gevangenissen, met min of meer succes. Dr. Reuter, de vertegenwoordiger van het Duitse Rode Kruis, gesteund door Gesandter Bene en den General Kommissar für Finanz und Justiz Dr. Wimmer, verzetten zich onmiddellijk hevig tegen deze actie van het Rode Kruis, zoals zij ook allerlei moeilijkheden in de weg legden bij de verzending van pakketten voor onze krijgsgevangenen. Op geraffineerde en misdadige wijze werden door hen alle pogingen gedaan om deze acties en pakkettenzendingen te verhinderen en zelfs tijdelijk stop te zetten. Herhaaldelijk had de Secretaris-Generaal daarover hoogst onaangename besprekingen met Dr. Reuter, helaas met weinig of geen resultaat. Af en toe werden de grootste bedreigingen geuit, tot zelfs het gehele stopzetten der pakkettenzendingen aan de krijgsgevangenen, hetgeen ook werkelijk meermalen is geschied. De heer Mr. Bautz, van het Rijksvoedselvoorzieningsbureau, die het Rode Kruis aan voedingsmiddelen hielp, werd zelfs een jaar gevangen gezet.
De Secretaris-Generaal heeft tweemaal gepoogd, met den Duitsen Commissaris voor de voedselvoorziening Schönbeck, besprekingen te houden, eenmaal zelfs in gezelschap van den gedelegeerde van het Comité International de la Croix-Rouge, doch werd botweg afgewezen. Het Hoofdbestuur van het Ned. Rode Kruis kreeg de overtuiging dat de hogere Duitse autoriteiten, Dr. Reuter, Gesandter Bene, Dr. Wimmer, Rauter en Seyss Inquart, waarschijnlijk op instigatie van Berlijn, zich ten doel hadden gesteld de Nederlanders en in de eerste plaats de krijgsgevangenen en vooral de politieke gevangenen te doen lijden, verhongeren en te vernietigen. Aan het Ned. Rode Kruis werd ten strengste verboden, op welke wijze dan ook, pakketten te zenden naar politieke gevangenen in Duitsland.
Alle brieven van het Rode Kruis moesten over het Bureau van Dr. Reuter lopen en werden daar geopend. Het was uiterst moeilijk met het Buitenland in contact te komen; af en toe gelukte dit door middel van speciale personen, die onze moeilijkheden en bezwaren konden overbrengen. Zo werd de komst van den eersten gedelegeerde van het Comité International de la Croix-Rouge, standplaats Berlijn, den heer Friedrich, met beide handen aangegrepen om hem onze noden en verlangens mede te delen; dit moest echter zeer in het geheim geschieden, daar hij voortdurend door de Duitsers geschaduwd werd; het gelukte evenwel. Aan Dr. Friedrich werd dringend verzocht de hulp van het Zweedse Rode Kruis en van den Zweedsen Gezant te Berlijn in te roepen en tevens hulp te vragen aan het Comité International de la Croix-Rouge te Genève. Wel beloofde hij zulks, maar hij deelde tevens mede, dat wij ons van de hulp uit Genève, om verschillende redenen niet te veel moesten voorstellen. Mevrouw Ross-Regeur, die reeds eerder met hem in contact was geweest, kon hem de adressen van 60 politieke gevangene