110
Nederland door bemiddeling van Dr. W. A. Visser ’t Hooft ontvangen lijsten en later ook gegevens door uitgewisselden medegedeeld.
2. Levensmiddelen. De J.C.C. werd voornamelijk door het American Joint Distribution Committee, maar ook door het Joodse Wereldcongres, de War Refugee Board en de Hilfsverein für Jüdische Aus-wanderung in de gelegenheid gesteld levensmiddelenpakjes te doen versturen uit Zwitserland, Zweden en Portugal of zij kon bij het versturen door andere organisaties haar kaartsysteem ter beschikking stellen, waardoor in die gevallen ook aan Nederlanders gezonden werd (ondanks een officieel protest hiertegen heeft de J.C.C. steeds geweigerd verschil te maken tussen uit Nederland afkomstige Nederlandse en buitenlandse Joden). Bemoeiingen van officieel Nederlandse zijde met de pakjesverzendingen waren altijd alleen maar hinderlijk, practische hulp er bij hebben wij, afgezien van de vorengenoemde eenmalige gift, nooit ondervonden. Zelfs heeft een niet-nagekomen toezegging van de Nederlandse Regering tot een onderbreking geleid van de hulp door de Joint, welke enige maanden geduurd heeft en tenslotte, dank zij een interventie van Nederlanders in New York, opgeheven werd.
Bij de beoordeling van de pakjesverzendingen verliest men te vaak uit het oog, dat de daarvoor in aanmerking komende instanties in het algemeen nauwkeurig de namen en eigenlijk ook de geboortedata moeten weten en het kamp, waarin de betrokkenen zich bevonden. Wel namen wij in vele gevallen een veronderstelling aan als zekerheid, maar in de meeste gevallen viel omtrent verblijfplaats zelfs niets te veronderstellen en verder moet men de voor verzending onmisbare schakel, het Internationale Rode Kruis, zien als een zeer log administratief lichaam, dat zich behalve aan een Zwitserse neutraliteitspolitiek (er is ons b.v. niets bekend van een openlijk protest tegen het onmenselijke terugsturen en uitleveren van vluchtelingen aan de Zwitserse grens) strikt hield aan de reglementen, die met de noodtoestand 1940—1945 niets te maken hadden en waarvan ik — mij uitsluitend bepalend tot mijn arbeidsterrein — moet vaststellen tot vlak voor het einde geen enkel initiatief te hebben gezien, terwijl het b.v. ook al weer op grond van reglementen weigerde, toen wij het voor een hulpactie nodig hadden, inzage te geven-van haar gegevens, behalve direct aan de regering zelf, wat natuurlijk toen niet kon. Via de gezant is er tenslotte een oplossing op gevonden en toen bleek, dat het Rode Kruis behalve onze gegevens, zelf vier namen vanuit Nederland afkomstige Joden had verzameld. Geconcludeerd kan worden, dat de organisatie der pakjesverzendingen veel te laat is begonnen, doch dat, ondanks de houding der officieel verantwoordelijke personen, toch een flinke tijd lang — met enige maanden onderbreking — een zeer groot, zij het geen maximaal aantal pakjes naar ons bekende adressen verzonden zijn.
3. Zuidamerikaanse passen en burgerbrieven. Deze werden in Zwitserland ,,en masse” vervaardigd. De J.C.C. heeft aan deze actie een belangrijk deel van haar activiteit gegeven.
Daar wij voor Nederland door gebrek aan middelen slechts weinig konden doen, kwam dit werk vooral aan burgers van andere landen