Pakkettenrapport Rode Kruis

Titel
Pakkettenrapport Rode Kruis

Jaar
1947

Druk
1947

Overig
Uitgegeven door het Nederlandse Rode Kruis, 1ed

Pagina's
172



Bijlage 31.

io6

M. H. Gans (voormalig organisator van de Joodse Coördinatiecommissie in Zwitserland).

Juist drie jaar geleden midden in de oorlog: „Zullen wij als misschien weinigen het toch overleven, hun dit alles durven vertellen?”

(brief van Genève naar Londen).

Mijne Heren,

U vraagt mij een rapport over het hulpwerk tijdens de oorlog. Ik moge U in plaats van een puntsgewijze opgestelde nota vooral mijn persoonlijke visie geven op dit werk in het algemeen, op de belangrijkste details in het bizonder en op de sfeer, waarin dit werk gedaan werd.

U vergeve mij de platte, bittere vergelijking, maar na ruim 2 jaar aarzelen er toe overgaand een rapport te schrijven over het hulpwerk tijdens de oorlog, denk ik n.1. meer dan aan feiten aan dat banale oude volksverhaaltje van een man, die zich had opgehangen en toen kwam er een man en zag, dat hij nog leefde en haalde een agent en de agent een brigadier en die een commissaris enz. en toen ging de man dood en toen kwamen rechters en die kwamen er geen wijs uit en het procesverbaal werd opgeborgen en de famijie was bedroefd. Nogmaals, het verhaaltje is plat en dom, maar ik ben gaan geloven, dat het echt gebeurd kan .zijn.

Als het niet kan, waarom is het dan wèl mogelijk, dat de man, die toch slapeloze nachten moet hebben gehad, toen zijn regering hem de opdracht gaf om hulp te brengen aan een tweehonderdduizend stervende joodse en politieke gevangenen, dat die man, toen hem brieven en telegrammen in allerlei toonaarden opgesteld (volgens de een te fel eisend, volgens de ander te onderdanig -smekend) bereikten met voorstellen, alle culminerend in één verzoek, direct persoonlijk contact voor overleg, dit ontweek, waardoor zelfs de kans om de blijkbaar bestaande hulpmogelijkheden volledig te onderzoeken, werd te niet gedaan. En is nu deze man de schuldige? Neen, ondanks zijn verantwoordelijkheid, neen. Schuldig zijn allen. Schuldig is ieder, die verzuimd heeft na te gaan of hij of zij misschien direct of indirect iets, resp. iets meer kon doen, wat heel misschien tot enig, zij het nog zo klein resultaat zou kunnen leiden.

Tussen de man, die namens H.M.’s gevolmachtigd gezant ieder hulpwerk ten strengste verbood en de man, die vond, dat er toch niets aan te doen was, is er tenslotte maar een gradueel verschil.

Omdat dit nu eenmaal moet, zal ik ook enige feiten noemen en daar zal men dus over gaan kibbelen, maar hot belangrijk ze op het moment zelf waren, in wezen bewijzen ze te weinig. In wezen gaat het n.1. om de sfeer en die sfeer deugde niet.

In een vriendschappelijk gesprek volgde op mijn mededeling, juist die ochtend een brief te hebben ontvangen, dat mijn gehele familie gedeporteerd was, niets anders dan: ,, „afschrijven”, hè?” Dit en het tegen iedere vluchteling brallen van dezelfde man: „Na de oorlog zal men U vragen, wat hebt Gij gedaan voor'Uw vaderland?” zal mij altijd in de oren blijven klinken. Dat was de sfeer. Een telegram uit Londen,


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.