104
medewerking der Amerikanen en Fransen. Kol. Boon en overste Hartog waren reeds naar Praag (anderhalf' uur verder) doorgereisd.
De overste Hartog heeft circa 14 dagen lang getracht contact te krijgen met de Unilever in Tsjecho-Slowakije zonder succes, gezien de politieke toestand aldaar. Hij vertrok daarom (sic) op 5 Juli weer naar Londen en is nimmer op zijn post teruggekeerd. Gedurende zijn korte verblijf in Praag heeft hij zich met repatriëringszaken [niet ingelaten, behalve een tocht naar Theresienstadt op een dag heen en weer en een enkel officieel bezoek.
Kolonel Boon vertrok reeds 2 Juli weer naar Londen, zonder opgaaf van redenen en zonder instructies achter te laten. De enige daad, die hij gedurende de in Praag doorgebrachte dagen gedaan heeft, is de bevrijding van de tekenaar Jo Spier, die door de Tsjechische autoriteiten gevangen werd gehouden.
De Zweedse consul, de heer Rosborg, had sedert de bevrijding alle zich meldende Nederlanders gerepatrieerd (ruim 2000), gesteund door twee in Praag wonende Nederlanders, de heren Hanepen en Groenendal. Deze heren, die tnet ongeduld de komst van een Nederlandse repatriëringsmissie hadden afgewacht, voelden zich in hun verwachtingen diep teleurgesteld.
Kol. Boon is omstreeks 22 Juli in Praag teruggekeerd om van
10 Augustus tot 1 September opnieuw in Engeland te verblijven.
V?n 5—22 Juli was Dr. P. D. dus geheel alleen in Praag als „Nederlandse Missie” en zag zich, wilde hij enige activiteit op repatriërings-gebied ontplooien, gedwongen, bij gebrek aan alles, om te schooieren bij de Fransen en Belgen, die grote, goed georganiseerde missies hadden van omstreeks 40 man (doktoren, verpleegsters, sociale werksters, typisten, chauffeurs enz.) met auto’s, camions, ambulances, een eigen noodziekenhuis in een school in Praag, goed équipement, eigen extra-voeding. Bovendien waren zij in hun eigen resp. legaties getrokken, terwijl de Nederlandse missie aanvankelijk buiten op de binnenplaats, later in het wachtkamertje van het Zweedse consulaat, gastvrijheid genoot.
Dit „schooieren” bestond uit het gebruik van wagens der andere missies, van het noodziekenhuis der Fransen en van Franse vliegtuigen voor vervoer van Ned. zieken naar Parijs of naar een Frans hospitaal aan de Bodensee; verder uit de voortdurende hulp en medewerking der Franse en Belgische officieren, en uit het meegaan met expedities naar Warschau, Wenen en Boedapest. Ook voor een tocht naar Auschwitz werden Dr. P. D. Franse ambulances ter beschikking gesteld en hij was blij, behalve 7 Nederlanders, daar ook 13 Fransen vandaan te kunnen halen. Deze toestand bleef vrijwel ongewijzigd, ook na de aankomst op 24 Juli van een personenauto en 2 trucks met 1 soldaat-chauffeur en 3 luitenants en een tolk voor Russisch, hoewel dit voor normale transporten natuurlijk een verbetering betekende; ook het meegebrachte materiaal (cigaretten, zeep, zeer slechte kleren, benzine en wat boeken en spelen) was broodnodig. (N.B. Deze repatriation-officers waren nieuw aangeworven en dus geen leden van het Zwitserse team!)
Op 2 Augustus arriveerde mevrouw P. D. in Praag. Dr. P. D. heeft