Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



en de passage uit Maimonides — de eene vervalscht, de andere on-volledig teruggegeven, terwijl eene juiste en volledige teruggave van diezelfde plaatsen tot het juist tegenovergestelde resultaat had geleid. — De Talmoedische zedeleer zegt: ״Zweer in het geheel niet; uw JA en NEEN zij genoeg, want ook deze hinden als een eed. (Vgl. de boven aangehaalde plaatsen, pag. 87 en 88 1 2). Doe geene geloften. Geloften doen is eene verkeerde vroomheid. Wie geloften doet, wordt een zondaar genoemd. Het is, als stichtte hij een altaar voor God op onheiligen grond” enz. Zie Nedarim 9a, 20a, 22a, 59a, 60b, 77b, ]ebamoth 109b, Gittin 46b etc.

Maar de strafwet is van de zedeleer gescheiden. De wet straft alleen meineed. De rechter, dat wil zeggen, de eene mensch, ge-roepen, om den anderen mensch materieel te straffen, acht zich niet tot een vonnis bevoegd, wanneer hij niet zeker weet, dat het feit, door de wet bedoeld, ten volle is geschied. De rechtsgeleerde op den zetel der justitie heeft alleen te vragen, of de beschuldigde zich aan meineed schuldig maakte in dien vorm, dat hij onder de termen der strafwet valt. Vandaar ״de geldige en niet geldige eeden en geloften” ״geldig of niet geldig” — voor de strafwet!

En nu lieten zich de commentatoren van het N. Testament door hunne traditioneel geworden beschuldigingen verleiden, die plaats tn Sjeboeoth te vervalschen. Zij deelen mede, dat er staat: de eed ״bij den hemel” ״b ij de aarde” is niet bindend. Doch wat staat er inderdaad? ״Had hij gezworen ״b ij den he-mei” ״b ij de aard e”, dan is hij v rij van straf. [Men spreekt hier natuurlijk van een in het dagelijksch leven — niet gerechtelijk — gedanen eed, die niet gehouden werd.] Is dit niet eene tekstvervalsching te noemen? (8)

Nog zonderlinger deed men met de plaats uit Maimonides. Ter-wijl hij bezig is te verklaren, wat de wet verstaat onder een geschon-

93

1

*) Hier blzz. 88 en 89 (J. T.).    ,

2

De Hebreeuwsche woorden luiden: אלו£30ל(",ין ,")H !( 2)בשסים לבא .,per coelum et per terram, tune liberi sunt . Wanneer Maimonides zegt. ״non est )uramento" (איל 11 שבלעה) gaat hij inderdaad een stap verder, maar altijd op streng juridisch standpunt, zooals dadelijk blijkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.