hij gestraft, die bij zijne verzekering eeden voegt, zelfs al behelzen zij volle waarheid”. Hoe streng zal de straffe zijn van hem, die valsche eeden zweert!
Sjehoeoth 35a: Niet alleen het noemen van Gods naam stempelt den aanroep tot eed, maar ook elk ander woord, dat aan Hem doet denken (1).
Sjehoeoth 36a: Uw neen! en uw ja! bindt u als een eed.
Wanneer men, voegde Raba er bij, {met versterkende herhaling} zegt JA, JA! NEEN, neen! dan is het wettelijk verbindend, als had men gezworen.
Baba Metsia 49a: Br staat geschreven (Levit. XIX, 36): „Een oprechte Hin (vloeistof-maat) zult gij hebben”. Waartoe dit? Is dit gebod niet reeds opgesloten in dat van den Epha (inhoudsmaat) ? ... Dit wijst u op uw JA en uw neen (2 3 4). Uw JA zij een oprecht en eerlijk JA, uw NEEN zij een oprecht en eerlijk NEEN. — Dat wil zeggen, verklaart Abaji, dat niet het eene zij in uw mond en het andere in uw hart.
Ik heb die drie laatste citaten gecursiveerd. Daar staat dan toch dat vers 37 letterlijk in den Talmoed! „Verbeeld u”, roept Prof. Oort uit, „die spreuk midden in de reservatie mentalis”! Maar zij staat daar, heer Oort! op verschillende plaatsen, ook midden in Sje-boeoth, het tractraat over „de eeden”\ ...
Maar hoe komt dan Prof. Oort aan dezen uitroep? zal menig lezer vragen. Die apodictische bewering van de onvereenigbaar-heid van dit vers 37 met den Talmoed moet toch haren goeden grond hebben? Die bewering, zóó uitgesproken, onderstelt eene overtuiging, en zulk eene overtuiging is toch geen zwevende vlin-
89
1
) Ik zal straks de gelegenheid hebben, op dit citaat terug te komen, en er
2
op te wijzen, hoe de strafwet hier alweder strenger formuleering eischt, en
3
precies omschreven wil hebben, wanneer de eene mensch het recht heeft, den anderen mensch wegens een valschen eed te straffen.
4
) Met een woordspeling, die voor den Hebreeuwschen toehoorder dadelijk te vatten was. Hin is de maat, die oprecht moet zijn. Hen beteekent ja, dat ook oprecht moet zijn. Met een geestige wending doet de schriftgeleerde hier uitkomen, hoe het zoo treffend omschreven gebod der strikte eerlijkheid in Levit. XIX tevens gebiedt, eerlijk te zijn met het woord. — Deze sententie in Baba Metsia is zeer oud. Stijl en taal bewijzen het.