Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



Hij voelt zich groeien in beroemdheid,

En in gemeentelijk gewicht;

Hij lacht goedmoedig, uit de hoogte;

Steeds zelfvoldaan straalt zijn gezicht.

Tot eind’lijk hij ’t besluit durft wagen,

Op Sabbath ’n witte das te dragen.

Helaas! dat in dit kleed der onschuld,

Waar eed’le mannen zich mee tooien,

De hoogmoedsduivel vaak verborgen Ligt tusschen fraaigevouwen plooien.

Ja! hoogmoed greep held Nathan aan;

Dat heeft die witte das gedaan.

Hij spreekt gansch deftig, met geleerdheid, Bemoeit zich overal steeds in,

Zijn gang is statig, houding ernstig,

Het hoofd omhoog, met breede kin;

Hij duldt geen scherts meer en geen stooten Noch van de kleinen, noch van grooten.

Het noodlot naakt. De parnes-slager Was wegens ’t slachten van een beest Met „meester” kwaad. Zijn zuster sterft.

(’t Is een stokoude vrouw geweest).

Doch daar hij „meester” niet wil hebben, Kiest Nathan hij als Schiwwe-rebbe.

En Nathan „leert” in ’t „boek des levens”;

Hij heeft zijn rede ingeleid:

„Hawweil Hawwoün, zegt Kouheles,

Hawwol Hewel, ijdelheid ...”

— „Hakkol”, roept men, „moet ge lezen!” „Neen”, zegt Nathan, „zóó moet ’t wezen”.

133

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.