Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



Dan klonk gelach, gespot, geschimp,

Des parnes’ oogen werden dolken,

En uit de bank des kerkbestuurs Verzamelden zich donderwolken...

In ’t eerst verwierp hij alle schuld;

Doch later droeg hij ’t met geduld.

Als een gelukk’ge jonge moeder Verblijd ter Synagoge ging;

Als tot een zoon in weemoed naderd’

De „jaartijd-dag”-herinnering;

Of had een bloedverwant gedragen Een treurenstijd van dertig dagen;

Of als een lid een jeugd’gen zoon

In het verbond van Abraham bracht... Kortom, als Nathan bij die zaken

Niet juist op tijd aan ’t oproep’n dacht — Een storm brak los, de furiën vlogen, En hij stond daar, het hoofd gebogen.

Er is een and’re oude spreuk,

Ook filosofisch doorgedrongen,

Die van de jongen d’ uitspraak doet:

„Zij piepen, zoo de ouden zongen”.

O! Nathan ondervond die waarheid In allerjammerlijkste naarheid.

Wie telt de vreeslijke minuten Na ’t ondergaan der Sabbathzon,

Als Nathan, in benauwheid, zoekend,

D’ Hawdolo-kz&ts niet vinden kon... Zegt! jeugd’ge zielen zonder zorgen!

Waar ligt d’ Hawdolo-kaars verborgen? ...

130

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.