Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



Maar ach! dat d’ hoofden der gemeente Hem onverzoend vijandig bleven!

Zij konden hem het vreemde feit

Van zijn benoeming niet vergeven.

En zwaarder bleven hem nog haten De vijf mislukte kandidaten.

Des parnes’ oom, des scriba’s neef,

Des penningmeesters buurmans zwager —

’t Bestuur, dit lieten z’ ongemoeid,

Want waar geen rechter, is geen klager ... Op Nathans hoofd — zoo was ’t besloten — Werd d’eeuwige wrake uitgegoten.

Geen dichterstift vermag den angst Des armen bode af te malen,

Als afriep — hij, ’n heraut gelijk,

Hoe laat de nacht zou nederdalen,

Of ’t uur van aanvang der gebeden,

Op hoog bevel der overheden.

Of, erger nog, als van ’t bestuur Een diep doordacht en wijs besluit Hij der gemeente voor moest lezen —

Dan brak het zweet zijn poriën uit...

Wee! Wee! Zoo hij zich bij ’t verkond’gen Slechts aan één letter mocht bezond’gen.

Doch driewerf wee bij ’t Afózwer-veilen!

Precies teg’lijk klonk dan een bod Van links en rechts, van voor en achter...

Dan steeg, vertwijfeld, tot zijn God Een bede, om met kracht te dragen De aan zijn ambt verbonden plagen.

129

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.