Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



Bij ’t derde breekt het zweet hun uit.

Daar staat alweder „Kaarsemakerl"

Men leest het vierde en het vijfde.

De parnes, bleek, spreekt — als een waker, Die Sjeimes zegt —; „Het helpt geen zier, Die Nathan is nu Sjammes hier.”

Wel keef men lang. Want Nathan was Bij alle vijf om d’gunst gekomen,

En elk wou even slim toen zijn...

De leden hadden een „nekome”.

— Maar Nathan bleef gemeentebode Van Khille Koudesj Boxterode.

Tweede zang

WEDERWAARDIGHEDEN.

Het is een filozoof’sche waarheid, Gesproken door een wijzen man:

„Dat ieder, die een hond wil slaan.

Een stok daartoe steeds vinden kan.” Die waarheid ach! ervoer al vaker De Sjammes Nathan Kaarsemaker.

Wel waren ’r leden der gemeente,

Wien Nathan opperbest beviel.

Hier kwam hij praten, daar eens helpen, Deed beiden graag, met hart en ziel... Het bracht hem menige „Mattono”

Op Poerim en op Rousj-Hasjono.

128

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.