Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



Van d’ zoogenaamde ouderlingen Had elk natuurlijk ’n verren neef.

De leden hadden niets te zeggen,

Zoodat het bij die vijf ook bleef.

Maar ieder raadslid hoopte, werkte Met list en diplomatensterkte.

Men weet, hoe hartstocht kan vervoeren Tot lastertaal het vroomst gemoed ...

De praeses bracht zijn man ter tafel.

Geen haartje liet men aan hem goed ... „Als praeses hem niet stil liet loopen,

„Zou niemand vleesch bij praeses koopen!”

Geslagen was het slagersharte Des presidenten uit het veld...

Men liet den bakker-secretaris Bededen met hetzelfde geld.

Die moest zijn kandidaat vergeten,

Of m’ zou geen brood meer van hem eten.

Des penningmeesters buurmans zwager — „Onmoog’lijk” riep de president,

„Dan ga ik heen!” Het was een slager,

Een kleintje, toch een concurrent.

Zoo wist m’ ook elk der ouderlingen Tot ’t afstaan van hun neef tc dwingen.

Verhit, roodshoofds, in felle woede Gaat onverrichter zaak men heen,

Bepaalt de zitting acht daag later;

Benoeming dan; discussie geen.

En ieder wil met d’ vrouw bezinnen,

Wat hij nu eind’lijk moet beginnen.

126

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.