Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



opslaan en Cap. 17 vers 21 vv. lezen: „Zoo spreekt de Eeuwige: „Neemt u in acht ter wille van uw leven, dat gij geene lasten op „den Sabbathdag opneemt en die binnendraagt in de poorten Jeru-„zalems. En draagt geen last in uwe handen op den Sabbathdag en „verricht geenen arbeid, maar heiligt den Sabbathdag, zooals Ik uwe „vaderen heb geboden... En het zal geschieden, indien gij naar „Mij luistert, luidt des Eeuwigen spreuke, dat gij ook geen last in-„brengt binnen de poorten dezer stad op den Sabbathdag, en dat gij „heiligt den Sabbathdag, en op denzelven geen werk verricht, dan „zullen in deze stad ingaan koningen enz.”

Ziedaar de geheele zaak. Een teeken van afsluiting geve — naar ritueel voorschrift — der stad het karakter van privaat-gebied der gemeenschap.

En doordien den Haag in die dagen een der weinige aanzienlijke steden was, die geene muren en poorten had, die open lag, door water omringd, maar langs steenen, dus niet ophaalbare bruggen toegankelijk, ontstond de wensch en de vraag, om langs een of anderen weg aan den eisch der godsdienstige Sabbathvoorschriften te gemoet te komen.

Die kwestie der Haagsche stadswater-linie en der Haagsche bruggen wordt dan ook in een deel der Joodsch-Rabbijnsche reponsen-litteratuur behandeld. De naam van den Haag en de bespreking zijner ligging komen daarin herhaaldelijk voor.

Omstreeks 1690 was daaromtrent reeds een advies gegeven door het Amsterdamsche Rabbijnen-college, bestaande uit Jitschak Aboab da Fonseca, Salomo di Oliveyra en Jacob Sasportas.

In 1697 schreef de beroemde Chacham Zebi Asjkenazi, die toen als particulier geleerde te Altona woonde, een uitvoerigen brief en geleerd advies over den Haag, zijne waterlinie en zijne bruggen. Het vormt hoofdstuk 5 in zijne responsen-verzameling. In het derde deel van de adviezen-collectie van de Opperrabbijn in Metz, Jacob Rei-scher, komt (in no. 28) een uitvoerige behandeling der ritueele kwestie voor tusschen hem en den Rotterdamschen geleerden Opperrabbijn Salomon Lipschits. Dit was omstreekts 1720.

Evenzoo wordt de zaak besproken in het eerste deel der Responsa van Jacob Cohen van Praag, die in 1717 Opperrabbijn te Frank-

118

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.