vrienden te bezoeken, naar de Synagoge te gaan, gezelschappelijk verkeer enz. Vele overtredingen geschieden onwillekeurig. Is de stad echter voorzien van eene van wege Joodsche zijde, na ingewilligde aanvrage, aangebrachte of goedgekeurde afsluiting en bestaat er dan een teeken van de door alle Joden te dien opzichte gevormde gemeenschap, — dan heeft men aan de stad in zekeren zin het karakter van gemeenschappelijk privaat-gebied gegeven en dan is het overbrengen uit huis naar straat en omgekeerd geoorloofd. Waar nu de Joden in een ommuurd Ghetto 1) woonden, was de zaak van zelf geregeld.
Hoofdst. XIII en XIV. En zoo komt Wagenseil tot den Haag en de Joden aldaar. De stad ligt door water omringd; steenen bruggen vormen den toegang tot haar. De Joden kunnen eene Synagoge bouwen, moeten er zelfs een hebben, als er „minjan” 2) is. Zij zullen er trouwens wel een hebben, zij ’t dan in een particulier huis. De noodzakelijkheid echter om op Sabbath te kunnen „dragen” dringt hen er toe, niet eer eene vaste Synagoge te bouwen, voor dit geregeld is. En zij willen gaarne wonen in deze heerlijke, wonderschoone stad; daarom bieden zij groote sommen voor de vergunning, die bruggen naar hun wensch in te richten.
In een brief van 22 Maart 1694 bedankt Cuperus hem met buiten, gewone vleiende erkenning zijner ontzagwekkende, boven allen uitstekende geleerdheid. Later hebben zij over nog andere onderwerpen uit oud-Hebreeuwsche historie en letterkunde briefwisseling gehouden.
In ieder geval heeft ons het lezen van Wagenseils antwoord op veel juisteren weg gebracht. Het deed ons zien, dat de zaak eigenlijk met Synagogen-bouw in geen enkel verband staat, dat die plaatsen uit het N. T. en Juvenalis geheel en al verkeerdelijk hierbij werden te pas gebracht.
Inderdaad. Bijbel en Talmoed, de rituele codex des Jodendoms, spreken duidelijk genoeg. En wanneer de geschiedschrijver Koenen eene Bijbelplaats had willen aanhalen, dan had hij Jeremia moeten
117
1
) Wagenseil stelt voor, Ghetto af te leiden van gasse of in Italiaansche uitspraak ghatta, door Duitsche Joden overgebracht.
2
) Tien Joodsche mannen boven 13 jaar.