Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



״eiland zou hebben uitgemaakt”. — Maar dat was totaal onnoodig. Het was niet om den synagogalen grond te doen.

Als men dan nu de plaatsen, die volgens die heeren over de zaak licht moeten spreiden, naslaat, blijkt, dat in Lukas t. a. p. sprake is van het uitgaan buiten de stad naar het gebergte om te bidden en van daar vervolgens tot het volk den volgenden ochtend te spreken. Hierbij geven de verklaarders alleen uiteenzettingen omtrent den berg, van waar de bekende rede — de bergrede geheeten — is gespro-ken, nadat daar op dien berg buiten de stad gebeden was geworden, evenals dit in Matth. V, 1 voorkomt. Wie dit met onze zaak in ver-band brengt, begrijpt er niets van.

In elk geval hadden plaatsen als Luk. IV, 15, 16, die van Synago-gen in de steden en op het land spreken, beter voor aanhaling ge-past.

In de handelingen der Apostelen XVI, 13 staat te lezen: ״En op de Sabbathdagen gingen wij buiten de stad, aan de rivier, waar men gewoonlijk de gebeden verrichtte”. En daarbij wordt aangeteekend, dat, met het oog op de wassching der handen voor het gebed, daar bij het water gewoonlijk de synagogen waren, althans bij die ste-den, waar men in de stad geen synagogen kon of wilde hebben.

Deze opmerkingen bewijzen echter alleen, hoezeer gebonden zich Koenen acht, en in navolging van hem ook de heer Pimentel, om die aanvrage omtrent de Haagsche bruggen in verband te brengen met de vermeende noodzakelijkheid eene synagoge op eene afgele-gen plaats en — met verdere begripsverwarring — op eene afge-sloten plaats of op een eiland te hebben. Louter dwalingen, die in niets met de waarheid overeenkomen. En het wonderlijkste is, dat er honderden synagogen zijn in steden en daarbuiten, in dorpen, op plaatsen, die noch eiland, noch afgelegen etc. zijn. 1)

112

1

In het handschrift staat hierachter דבל XDJ? ח1י סאי p12. het Talmoedische gezegde uit Ber. 45a, Er. 14b, Men. 35b, dat als antwoord wordt gegeven op de vraag, hoe in dit of dat geval dient te worden gehan-deld: ״Ga heen en zie, hoe de menschen plegen te doen". Bij het voordragen van deze voordracht heeft mijn Vader dit uiteraard uitgewerkt: men had maar even behoeven te gaan zien, hoe de Joden doen, maar dat pleegt men niet te doen! — Bij gereedmaking voor den druk (zie de -volgende noot) zou mijn Vader dit in vertaling er bij hebben gezet en hebben uitgewerkt. Bij het afdrukken in het jaarboekje van ״die Haghe” is het weggelaten. (J. T.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.