weder voor den geest. En nauwelijks had onze wakkere voorzitter, die uit ieder hoofd, dat, door voeten gedragen, rondloopt in die il-lustre Haghe, wel wil halen, wat er aan heugenis in verborgen mocht zijn omtrent de historie van die Haghe, om het als welkome spijs te bieden aan de leden van „die Haghe”, — nauwelijks had die waardige voorzitter zijne vriendelijke opwekking tot mij gericht, of ik dacht aan de briefwisseling van Gisbertus Cuperus en ging naar de Koninklijke Bibliotheek om ze na zooveel jaren weder op te slaan.
Hij was een merkwaardig man, die edelachtbare Cuperus. Op 14 September 1644 was hij te Hemmen in Gelderland geboren; hij studeerde eerst te Nijmegen, later te Leiden, en werd in 1668 hoog-leeraar in het Latijn en Grieksch aan het Deventersche Athenaeum. In 1675 werd hij tevens Burgemeester, — eigenaardige samenvoeging van hoogachtbare ambten. In 1681 werd hij Overijssels gecommitteerde ter vergadering van de Staten-Generaal; hec professoraat legde hij toen neder, doch de burgemeesterlijke waardigheid bleef hij natuurlijk behouden; van toen af vestigde hij zich half in Den Haag, half in Deventer. Een warm aanhanger was hij van den Stadhouder Willem III. In de deftige Haagsche kringen maakte hij met zijne rijke belezenheid en fijnen beschaafden geest een goed figuur. In 1706 werd hij gecommitteerde te velde. Hij stierf omstreeks 1714.
Als oud-professor in buitenlandsche en binnenlandsche staatkunde doorkneed en altijd vol lust tot nieuwe studiën en onderzoek, onderhield hij eene uitgebreide briefwisseling met allerlei mannen van beteekenis op het gebied der staatkunde en wetenschap. Benige zijner werken zijn gedrukt en — rusten zalig. Zijne briefwisseling is echter van meer belang. Zij bestaat uit 156 pakketten. In 1854 werd die nalatenschap geordend en uitgezocht. Een deel ging naar het rijksarchief, het andere deel naar de Koninklijke Bibliotheek.
En ziet! In de deftige Haagsche kringen, door hem gefrequenteerd, hoorde hij in de jaren 1692 en 1693 veel praten over een wensch, een vreemd, zonderling verzoek, dat door eenige sedert enkele jaren hier gevestigde, rijke Portugeesche Israëlieten was te kennen gegeven in betrekking tot eene verandering aan sommige
107