Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



Synhedrin 102b: In de verschijning van Michajhoe den profeet (I Kon. XXII, 18-23) roept Gods stemme: ״Wie zal Achab verleiden? En een geest komt en plaatst zich voor God en zegt: ״Ik zal hem verleiden! Ik zal tot een leugengeest worden in den mond zijner profeten”. Die geest was de geest van Naboth den Jizreëliet [die door Izebels list het offer van logen was geworden], ״En God zeide: ״Gal”, dat wil zeggen: ga heen uit Mijne omgeving, want zoo staat er geschreven (Psalm Cl): ״Wie logen spreekt, zal voor Mijne oogen niet bestaan” [het doel moge nog zoo goed zijn. Al is uw wraak gerechtvaardigd, hij is misdadig]. Zoo luidt ook het spreek-woord der menschen: Wie zijn wraak volbrengt, verwoest zijn huis ... (12)

Wanneer uit deze citaten duidelijk blijkt, dat voor de Talmoedis-ten de godsdienst des harten het zout der religie was, dat voor hen werkheiligheid of vrome werken zonder innerlijke reinheid en eer-lijkheid niets beteekenden —• onomwonden staat deze waarheid onder anderen uitgesproken in de schoone passage Makkoth 23b vg., waarmede ik dan deze periode zal besluiten. Het is waar, ik ben bij deze verzen 33-37 lang stil gestaan. Doch mocht ik mijne woor-den sparen bij het gewicht, waarmee de verklaarders van het N. Testament de gewettigde oneerlijkheid des Talmoeds hier ter tafel brengen, en bij den nadruk, ook door Prof. Oort op deze verzen in het bijzonder gelegd?

Makkoth 23b vg. Zes honderd en dertien geboden werden Mozes op Sinaj voor Israël gegeven... David, de psalmzanger, bracht ze allen tot elf geboden terug, want hij zong (Ps. XV): ״Een Psalm van David. Eeuwige! wie mag verwijlen in Uwe tente, wonen op Uw heiligen berg? Wie onberispelijk van wandel is, doet wat recht is en spreekt de waarheid in zijn hart; niet lastert met zijn tong, zijn naasten niet benadeelt, geen smaad op zijn bloedverwant werpt; den verachtelijke veracht, maar hen eert, die God eeren, zijn eed gestand doet, ook met eigen schade; geen geld op rente geeft, en geen omkooping neemt tegen onschuldigen — wie zóó handelt, zal in eeuwigheid niet wankelen.”

**) Er ligt in dit spreekwoord een woordspeling tusschen: iTl'p zijn wo• ning en !"!,JWp zijn wraak.

102

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.