Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



vrouw soms op Vrijdag uit gebrek geen brood had te bakken voor den Sabbath, dan nam zij smeulende stoffen en legde die in den oven, opdat men den rook zou zien en hunne armoede niet zou ontdekken. Er waren eens in het huis van R. Chanina ben Dosa vele geiten ... Hoe kwamen die geiten in zijn huis, terwijl hij toch zoo arm was? Rab Pinchas deelde het geval met deze geiten mede. Eerst liet een voorbijganger dicht bij het huis van R. Chanina een paar hoenders staan. De vrouw van R. Chanina vond ze. Doch hij zeide tot haar: denk er aan, vooral de eieren niet te gebruiken. De eieren werden al meer, de hoenders vermenigvuldigden, zoodat R. Chanina die menigte ten laatste niet meer huisvesten kon. Hij verkocht ze, en kocht er geiten voor. Op zekeren dag hoorde R. Chanina, dat een voorbijganger tot iemand, die met hem ging, zeide: „Op deze plaats liet ik eens een paar hoenders staan”. R. Chanina ging tot hem en zeide: „Kunt ge ook een kenteken omtrent deze hoenders opgeven?” De man gaf hem een juist kenteeken. Toen gaf R. Chanina aan dezen man al de geiten. (u)

Makkoth 24a: „De waarheid te spreken, die in zijn hart is” (Psalm XV, 2), zoals R. Saphra eens deed, — [Rab Saphra — zoo wordt verhaald in de Scheëltoth di Rab Achaj — had een kleinood te verkoopen. — Eens kwam iemand tot hem, toen hij juist het Sjema las, en riep hem toe, dat hij een zekere somme gelds voor het kleinood wilde geven, doch bood, toen hij geen antwoord ontving, al hooger som, daar hij geloofde, dat Rab Saphra uit ontevredenheid met het niet genoegzame bod hem onbeantwoord liet. Toen Rab Saphra geëindigd had, zeide hij tot den man: „Gij kunt het kleinood nemen voor die som, die gij mij het eerste hebt genoemd. Ik liet u onbeantwoord, omdat ik het Sjema las. In mij zelf heb ik het u voor het eerste bod toegeslagen. Meer mag ik niet van u nemen.]”

u) Een dergelijk geval verhaalt Midr. Rabba (Talmoedische Agada) afd. Ekeb, van Pinchas b. Jaïr. Deze had eens van eenige vrouwen, die in de stad zijner inwoning waren gekomen, om hun onderhoud te zoeken, twee Sa’ah garst in bewaring genomen. Zij vergaten ze, reisden weg. Hij nam toen de garst, zaaide ze op een gedeelte van zijn land, bewaarde al wat daar uit groeide in zijn schuur, en deed zoo zeven jaat lang. Toen kwamen de vrouwen weder. Hij herkende ze, en zeide tot haar: „Komt en neemt uw graanmassa mede, die in mijn schuur ligt.”

101

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.