Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Titel
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal

Jaar
1954

Overig
Redactie: opperrabijn Justus Tal

Pagina's
142



— „Omdat”, antwoordde Abba Chilkia, „ik hedea als daglooner eens anderen heb gewerkt, en ik van eens anderen tijd geen oogenblik mocht verspillen”. — „Waarom droegt gij bij het naar huis gaan den last hout op den eenen schouder en het kleed op den anderen schouder?” — „Omdat ik geleende kleederen had, mij alleen geleend, om er mij heden bij den veldarbeid mee te bedekken, en niet om ze misschien te beschadigen, door er hout op te dragen”. — „Waarom gingt gij den ganschen weg barrevoets, alleen bij het doorwaden van het water deedt gij schoenen aan?” — „Omdat ik langs den weg die schoenen niet onnoodig mocht aantrekken, daar ik genoeg zien kon om mijne voeten voor ongeval te bewaren; of in het water niets schadelijks was, kon ik niet zien”. — „Waarom hieft gij uw kleed op, toen gij langs den doornenhaag gingt, en steldet dus uw lichaam aan de doornen bloot”? — „Mijn lichaam geneest weder, maar het kleed behoudt de schade”. — „Waarom kwam uwe echtgenoote u heden in zoo schoon gewaad te gemoet?” — „Dit geschiedt steeds, opdat mijn oog nooit afdwale om te zien naar eene andere vrouw”. — „Waarom traadt gij uw huis het eerst binnen, dan uwe vrouw, en wij het laatst”? — „Ik kende u niet” [een goed huisvader laat geene vreemdelingen het eerst zijn huis betreden}. — „Waarom boodt gij ons niet aan, te deden in uwen maaltijd”? — „Er was slechts weinig brood, niets voor u aanwezig, ik mocht u geen schijnbare mildheid toonen met niets”. — „Waarom gaaft gij aan den jongere uwer kinderen twee stukken, en aan den oudere slechts één?” — „De jongere is den ganschen dag in de school, de oudere steeds te huis”. — „Waarom werd het gebed uwer echtgenoote eerder door God verhoord dan het uwe?” — „Hare weldaden zijn beter dan de mijne. Zij is te huis en geeft den hongerige te eten, verkwikt den arme dadelijk. Ik, die steeds op den weg ben, kan slechts geld geven, en moet den arme zelf de moeite overlaten, zich daarvoor spijze te verschaffen. En bovendien, zij denkt edeler dan ik. Want ziet! er wonen in onze nabijheid onbeschaafde woestelingen. Eens bad ik om hun dood, doch zij bad, dat een andere geest in hen zoude komen, dat zij van hun slechten weg zouden terugkeeren”.

Taanit 25a; R. Chanina ben Dosa was zeer arm. Wanneer zijne

100

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.