diezelfde onrechtvaardige gevolgtrekking over. Ziedaar het fundament van Prof. Oorts wetenschappelijke overtuiging in deze. Hij schreef „autoriteitsgeloovig” na, wat hij in zijne leerboeken over het N. Testament had gelezen, en gelooft zonder twijfel zelf aan die door overschrijven verkregen convictie. Of eene zoodanige methode wetenschappelijke waarde heeft, of zij overeenkomt met het voorkomen van een professor in Orientalia, die op zelfbewusten toon verklaart, de Talmoedcitaten der Joodsche Rabbijnen te kunnen controleeren — moge de lezer beslissen.
Eén punt in Prof. Oorts vernietigend vonnis trof mij bijzonder. Het getuigt aan den eenen kant onwedersprekelijk van de incompetentie des schrijvers, en aan den anderen kant doet het denken aan den naïeven moed van een enfant terrible, met dit onderscheid, dat het enfant terrible hier onwaarheden spreekt. „Reservatio men-talis” is, zooals men weet, de Latijnsche naam voor een immoraliteit, die daarin bestaat, dat men een plechtige verklaring of eed, die men aflegt, door eene nevenbedoeling, die men innerlijk aan het gesproken woord hecht, voor zich zelf ongeldig, krachteloos, dus niet verbindend maakt, en daardoor de tegenpartij, die op den natuurlijken zin afgaat, bedriegt. Nu spreekt de Leidsche hoogleeraar op blz. 7 van „het tractaat Nedarim met. .. zijn regeling van de reservatio mentalis”. De beschuldiging dus van een zoo zedeloos bedrog wordt zoo maar als een uitgemaakte waarheid den Talmoed naar het hoofd geslingerd, met zulk eene onverstoorbare bedaardheid wordt van een wettelijke regeling van zulk eene immoraliteit gesproken, alsof inderdaad de heer Oort zoo iets in dit Tract. Nedarim gelezen had. Het is inderdaad een zeldzaam psychologisch verschijnsel, wellicht minder zeldzaam op wetenschappelijk gebied, eene pure inventie van zulk een beteekenis te goeder trouw — want daaraan twijfel ik geenszins — als pure waarheid te hooren verkondigen, door overtuiging verkregen.
Nu heeft Prof. Oort die inventie ergens gelezen. De oorspronkelijke uitvinder had een Talmoedischen spijker gezocht, waaraan hij zijne nieuw vervaardigde insinuatie tegen den Talmoed kon ophangen, en vond toen niets gemakkelijker, dan die plaats uit Nedarim daarvoor te kiezen, waar inderdaad van „reservatio mentalis”
95