kracht te blijven opkomen. Verder zal het onvermijdelijk zijn dat het kind wordt omringd met allerlei heimelijkheid en bedrog en zelfs, wanneer het op een zeker ogenblik niet meer wil meewerken, dwang. Een behoorlijke opvoeding is daarmede eigelijk al uitgesloten. Ons dunkt: dit alles betekent een grote kans op ernstig kwaad en leed. Om dat te beseffen, behoeft men in zijn tantasie nog niet eens de mogelijkheden te betrekken dat men veiligheidshalve het kind naar het buitenland brengt en dus het zware misdrijf van artikel 278 van het Wetboek van Strafrecht pleegt, of dat de uitvoerders van het misdrijf, bevreesd voor ontdekking, als zij geen andere uitweg zien, het kind van het leven beroven, wat gelijk men weet in het buitenland herhaaldelijk en, lang geleden, ook hier te lande eens is voorgekomen, zij het in gevallen die van dat van de oorlogspleegkinderen veel verschillen.
Wij menen dat hieruit volgt dat de misdrijven van de artikelen 279 en 280 van ons strafwetboek nimmer van geringe betekenis kunnen worden geacht, ook wanneer de motieven goed zijn en het gevaar niet aanstonds voor de hand ligt. Dit maakt het o.i. betreurenswaardig dat in een der gevallen van oorlogspleegkinderen, het geval Anneke Beekman, waarin de pleegmoeders die zich de voogdij onthouden zagen Katholiek waren, de Aartsbisschop-Coadjutor zich in antwoord op een vraag van de voorzitter van de Israëlie-tische vereniging die zich op dit gebied beweegt, op het standpunt heelt gesteld: dat zijdens de Kerk wel aan de pleegouders was uiteengezet dat zij niet op grond van hun katholieke levensovertuiging de plicht hadden het kind achter te houden, maar dal het anderzijds niet op de weg van de Kerk lag om enige aandrang uit te oefenen tot wijziging van de houding der betrokkenen. Te meer is dit jammer omdat dit standpunt van de geestelijkheid via een gesprek van de Deken van Hilversum met een redacteur van de Gooise Courant (zie nummer van 10 Maart 1953) in de openbaarheid is doorgedrongen.
Zeker, streng juridisch geredeneerd is het standpunt van de Coadjutor onaantastbaar. Het zou niet aangaan wanneer men aan de haast onvergelijkelijke invloed van de Katholieke geestelijkheid op de leden van de Kerk het recht zou ontlenen om van die geestelijkheid te verlangen dat zij aan deurwaarder of politie het werk uit handen neemt! Echter van een neiging bij het