De verdwijning van Anneke Beekman en Rebecca Meljado, Witboek

Titel
De verdwijning van Anneke Beekman en Rebecca Meljado, Witboek

Jaar
1954

Overig
Uitgegeven door Het Nederlands-Israelietisch Kerkgenootschap en Het Portugees-Israelietisch Kerkgenootschap

Pagina's
116



afstand van het kind te doen. Anderzijds meenden zij, dat Anneke, die door hen met katholieke opvattingen grootgebracht werd, rooms behoorde te blijven.

Zij richtten zich in 1947 met een protestbrief tot de toenmalige minister van Justitie en weigerden het kind aan O.P.K. af te geven. Toen O.P.K. in Juli 1947 ernst met de zaak wilde maken en het kind bij de dames Van Moorst weg wilde doen halen, bleek het kind verdwenen. De dames hadden het meisje laten onderduiken!

In October 1947 heeft O.P.K. toen een klacht bij de Officier van Justitie te Amsterdam tegen de dames Van Moorst ingediend wegens het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk c.q. voogdijgezag. Deze klacht verzandde evenwel bij de justitie.

Ongeveer tezelfdertijd stelde O.P.K. zich in verbinding met het Episcopaat. Men verzocht de aartsbisschop om zijn tussenkomst. De aartsbisschop liet de zaak aan het beleid van de deken van Hilversum over. Deze weigerde de dames Van Moorst onder druk te zetten. Ook later bleek, dat deze priester niet bereid was zijn medewerking te verlenen om het verdwenen kind op te sporen.

OPGEDOKEN.

In verband met deze ervaringen besloot O.P.K. daarop eerst een voogdijopdracht van de rechter te vragen, waarbij overplaatsing van Anneke naar een reeds in 1945 hiervoor uitgezocht Joods-orhodox gezin in de bedoeling lag. Op 25 Februari 1948 diende de zaak voor de rechtbank te Amsterdam. Anneke, die intussen acht maanden ondergedoken was gehouden, kwam vlak voor de zitting weer te voorschijn. Bij de behandeling van de rechtbank heeft de president de pleegdames ernstig onderhouden over het doen onderduiken van het kind. Een der rechters toonde zich zeer verontwaardigd, dat de dames het Joodse meisje mee hadden laten lopen in een katholieke processie. De dames gaven echter blijk niet in te zien hoe onbehoorlijk zij zich gedroegen. Op een desbetreffende vraag van een der rechters verklaarden zij, dat zij niet bereid waren om de zaak in der minne te regelen! Tot verbazing van alle betrokkenen wees de rechtbank niettemin de voogdij aan mej. G. M. van Moorst toe. Dit geschiedde op 16 Juni 1948.

67

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.