de schaal hebben gelegd het ongetwijfeld niet gering te achten bezwaar van verbreking der in bedoelde jaren ontstane banden. Ik stel er prijs op, mede hierop te wijzen, ten einde bij voorbaat de mogelijkheid af te snijden voor de eventuele aantijging van blindheid t.o.v. de gevoelselementen, die in deze gevallen dikwerf mee in het geding zijn geweest.
Na deze opmerking, kom ik thans nog even terug op het in de jongste van de zijde van de Aartsbisschop-coadjutor afkomstige publicatie beweerde over „de vrije wil" van het meisje in kwestie. Gesteld al eens — wat ik overigens gelijk boven als aangegeven niet aan te nemen acht — dat volgens haar werkelijke vrije wil de voogdij over haar had moeten worden toevertrouwd aan haar oorlogspleegmoeder, dan doet dat in de Nederlandse rechtsgemeenschap nog niets ter zake. Want ten slotte geldt daar, dat o.m. met betrekking tot de voogdij, niet zozeer de wil van de minderjarige als wel de uitspraak van de op het werkelijk welbegrepen belang van de minderjarige bedacht zijnde rechter beslissing isl Afgaande op de m.i. hoogst ongelukkige uitlating vanwege de hier reeds enige malen genoemde hoge kerkelijke gezagsdrager, zou men bijkans de indruk krijgen, dat hij ten slotte aan die rechtsgemeenschap, aan de rechtsstaat en de rechtsorde daarbinnen, maling heelt.
Let wel, de persoon van de Aartsbisschop-coad-jutor. Onjuist ware hel met hem de Kerk, de kerkelijke overheid en het katholieke volksdeel van Nederland te vereenzelvigen. Reeds is door de bisschop van Haarlem in een ander geval van onttrekking van een kind aan het wettig daarover gestelde gezag, zonneklaar het bewijs geleverd, dat die kerkelijke gezagsdrager alles heeft willen doen en gedaan om de rechtsorde, aanvankelijk ook door iemand van katholieken huize geschonden, te doen eerbiedigen. En wie het oor even goed te luisteren legt, weet, gelukkig, zeer wel, dat lal van katholieke landgenoten, waaronder ook verschillende vooraanstaande figuren in ons openbare leven, allesbehalve kunnen instemmen met de door de Aarts-bisschop-coadjutor gevolgde gedragslijn. Vandaar, dat elke tegen de Kerk of tegen het katholieke volksdeel als zodanig gerichte actie, dan wel agitatie ten enen male misplaatst ware.
Niet misplaatst, doch veeleer hoogst noodzakelijk zal het zijn om, zodra het ogenblik daarvoor rijp is, tot
104