leed, waarvan Anneke Beekman in de jongste vijf jaai het slachtoffer is geworden, over haar gebracht zou zijn door degenen, die de in haai belang genomen rechterlijke beslissing willen helpen verwezenlijken, en houdt zich aldus horende doof en ziende blind voor de even nuchtere als droeve werkelijkheid, die onbetwistbaar uitwijst, dat de oorzaak van al dit gesol sinds 1949 gelegen is bij haar en hen, die het kind opzettelijk hebben onttrokken aan de over haar gestelde voogdijl
Ziet daar de gevolgen van de tegen onze gemeen-schapsorde indruisende handelingen van eigen richting. Het is werkelijk een raadsel, hoe iemand als de vermelde kerkelijke gezagsdrager zich aan een dergelijke verdraaiing der feiten kon schuldig maken. Maar er kwam in de publicatie, die ik hier op het oog heb, nog een tweede raadsel voor, nl. het verhaal, dat in heel deze historie duidelijk „de vrije wil" van het desbetreffende meisje zou zijn gebleken. De vrije wil nota bene van het destijds achtjarig schepseltje, dat, kennis genomen hebbende van de hoogste rechterlijke beslissing met betrekking tot de voogdij-aangelegen-heid, verdwenen zou zijn, nadat — natuurlijk! — de oorlogspleegmoeder er op gewezen had, hoe het in het belang van het meisje was om daarheen te gaan, waar de voogdij en de uitoefening van het dagelijks toezicht alsmede dito verzorging ingevolge 's rechters beslissing moest komen te liggen.
„De vrije wil" bij het thans dertienjarig meisje, als het zich met de oorlogspleegmoeder in of vlak onder de rook van een klooster in België bevindtl
Dat hier inderdaad van een volkomen vrije wil sprake zou kunnen zijn, is iets, dat geen redelijk denkend mens zich op de mouw kan laten spelden. Ook niet al is er alle bereidheid aanwezig om aan te nemen, dat het kind, gelijk begrijpelijkerwijze in tal van dergelijke gevallen, bijzonder aan de oorlogspleegmoeder gehecht was.
Voor het feit, dat er veelal bijzondere banden van verknochtheid waren ontstaan tussen de kinderen, welke in de zware oorlogs- en bezettingsjaren op bewonderenswaardige wijze veilige schutse en verzorging hebben genoten in de gezinnen van even moedige als offervaardig gebleken landgenoten zal ook de rechter steeds een open oog hebben gehad. En hij zal bij het afwegen van de vraag, wat uiteindelijk het belang van het oorlogspleegkind eiste, natuurlijk mee in
103