Ons gaat het om de suggestie ot de bewering, dat de „Joodse gemeente" aistand zou moeten doen van het meisje. Daarbij wordt de kleinigheid vergeten, dat de Joodse gemeente nimmer in het bezit van de voogdij is geweest. Dat de beslissing om Anneke Beekman niet bij de pleegmoeder te Men genomen is op grond van de sociale indicatie. Terecht, zoals nu duidelijk blijkt, daar de pleegmoeder met al haar liefde het kind door haar geloofsijver in het ongeluk stort. Er is hier dus niet een strijd tussen de Joodse gemeente en het belang van het kind, zoals dit wordt voorgesteld. Er is hier ook geen sprake van de eigen wil van het kind, dat sinds jaar en dag in kloosters is opgesloten. Het gaat hier om het feit, dat een meisje op grond van het unanieme advies van de Commissie voor Oorlogspleegkinderen, die voor het merendeel uit niet-Joden bestond, werd toegewezen aan een uitstekend ortho-dox-Joods gezin, dat een aparte kamer voor haar had laten inrichten. (De Gazet van Limburg schreef al, dat het kind in een Joods-communistisch milieu werd ondergebracht — wel ja, schelden maar op de Joden, die toch allemaal communistisch zijn!) Zonder rekening te houden met deze sociale en psychologische motivering grijpt nu deze verklaring van het aartsbisdom van Utrecht in de strijd in en geelt een mening, die daarmee geheel in strijd is en volledig ai diegenen steunt, die, in strijd met de wet en in strijd met het belang van het kind, haar verborgen houden en opjagen van de ene plaats naar de andere.
Wij noemden de verklaring verbijsterend: wij hadden niet verwacht, dat het hoogste katholieke gezag met zo zwakke argumenten zich zo volledig aan de kant van de onwettige activiteit zou plaatsen en zich zo weinig zou distanciëren van die geestelijken, die aan de achterhouding, de vlucht en de doop van Anneke Beekman hebben meegewerkt. Dat dit echter de algemene opvatting wordt van katholieke zijde moet ten zeerste betreurd worden. Te meer nu uit de artikelen, die de laatste tijd in De Gelderlander en de Gazet van Limburg verschenen zijn, afgeleid moet worden, dat men aan die kant niet bereid is gemaakte fouten te erkennen en mede te werken tot het herstel van dat wat verkeerd gegroeid is. Integendeel: de artikelen in die bladen wijzen er op, dat men tot een tegenactie wil overgaan, zonder overigens over voldoende argumenten te beschikken. Zeer juist merkte de Nieuwe Rot-
100