levensgeluk, van zedelijkheid, van een goede verhouding tussen Katholieke Kerk en rechtsorde het hier gaat, nog zal besluiten de gewekte verkeerde schijn weg te nemen.
Uit „Nieuwe Rotterdamsche Courant” dd. 22 Maart 1954:
CR1TISCHE COMMENTAAR
„Familierechtelijke zaken plegen niet in de openbaarheid te worden behandeld. De Nederlandse pers onthoudt zich in den regel van berichten over dergelijke gevallen. Maar er zijn, helaas, een aantal min ol meer geruchtmakende zaken, waarover het moeilijk is te zwijgen.
In de jaren vlak na de oorlog is er heel wat te doen geweest over de Joodse oorlogspleegkinderen. De vraag wat er met hen moest gebeuren heeft, zien wij het goed, zelfs een bepaalde invloed gehad op de rechtspraak. Men werd op groter schaal dan tevoren voor het probleem gesteld, in hoeverre de gehechtheid van een pleegkind aan zijn pleegouders gewicht in de schaal moet leggen bij de rechterlijke beslissing, ingeval andere „rechthebbenden" aanspraak op het kind kwamen maken. Was het verantwoord, een kind een „psychisch trauma" — een blijvende verwonding van de ziel — toe te brengen door het los te weken uit het pleeggezin, waar het zich genesteld had, waar het zijn „ouderbindingen" had gemaakt? Joodse familieleden die de oorlog hadden overleefd konden zo'n pleegkind opeisen. Ja, zelfs is er in die tijd een stroming geweest die eiste, dat de Joodse kinderen aan de „Joodse gemeenschap" zouden worden teruggegeven. En hiervoor werden evenzeer tevens argumenten van psychologische aard aangevoerd.
De rechterlijke autoriteiten hebben geval voor geval moeten beoordelen. De beslissingen waren dikwijls uiterst moeilijk. De theorie van het „psychische trauma" heelt daarbij in een aantal gevallen de doorslag gegeven. Misschien mag men wel zeggen, dat de rechtelijke macht juist in die periode voor die theorie ontvankelijker is geworden, ook wanneer het andere zaken dan die van Joodse oorlogspleegkinderen gold. Waarmee dan een winstpunt zou zijn geboekt in de rechtspraak in burgerlijke kinderzaken.
Intussen zijn lang niet alle Joodse oorlogspleegkinderen bij hun oorlogspleegouders gelaten. Er zijn ge-
92