Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



82

— Hij is goéth!... ha-ha-ha!... daar staat ie!... g־ezich op Maar-se !... schróonzich!... ha-ha-ha!... mit ze gat naa me thoe! — schaterde Sak.

Bresser genoot razend, alleen, rood-barstend van drift, riep ie naar de papegaaien, dat ze hun snater zouên houên, schuddend dan hier dan daar aan de kooien; maar 't hielp niets, ze krijschten oorverdoovender, gillender. Wat ie eerst dolgraag verlangd had, verwenschte ie nu, omdat z'm z'n heel genot van de reveilleklok bedierven. In 't valsch-schallende, scherpe getetter, achtervolgd en opgejaagd door piano, lawaaiden uitkrijschingen van papegaaien hooger op, tusschen verwensch- en verbazingsuitroepen van de menschenstemmen. Toen de reveille uitgetrompet had, drong alles terug en de vrouwen zetten zich weer om de tafel.

'n Zwager van Bresser, goud belorgnet joodje, dikbuikig, met grooten grijzen huzarenknevel, en zwaar dreunend basgeluid, vertelde van 'n reisje dat ie gemaakt had met z'n vrouw, in 't Gooi, en dat ie daar 'n levensgroote beeltenis ergens in 'n tuin gezien had van 'n marmiet 1). uit 'n klooster gevlucht, geloofde ie, zooveel als monnik, die z'n heel leven lang op bloote voeten heeft moeten loopen.

— 't Was manjèfiek om te zien, zei zwager Bizarro, — Yroutje

had 'r gejoene 2) van____ wat 'n tuine!... 'n gazaljade 1)... maar

ken jij zich voorstelle hoe ze dat hebbe bewerkstellig ?... haarlie heele leve lang op bloote voete, en wat è pasmade paniems 2)!... en op de koop toe hebbe ze op èrrete motte loope!... Schud nou niet je hóófd, tofelemoóne, vraag an Vroutje zellef of de portier van de tuin 't niet zellef an ons verteld hèt!... Vroutje, nègaaa B)!...

-— Wat é gein ! 3) — viel Sak droog in, — onder haalie voéte !... zal 'k dóódvalle, teugeswoordig ete de monneke ze n óp! — onder hevig gelach van de mannengroep, behalve Bresser die nooit lachen wou om Sak, ging de belorgnette zwager voort:

— Wat dat nou voor saugers binne, die marmiete, daar heb 'k 't fijne nie van gehoord... Nègaa... Vroutje... wees nou niet zoo cheflade 4)... thuis bi-je toch ook zoo niet op je mondje gevalle...

— Wat zalle ze z ij n ?... zoo as bij óns de gazoniem s)! — wijs-geerde Sak voort, — alleen éte die haalie erretjes an è vrijdagavend bij de balletjes in de zoep, en zuilie loópe d'r op.

— Wat flauw, wat flauw! — zei Bresser, de humor van Sak vooruit verzwakkend, — is dan 'n monnik zooveel as bij ons 'n gazzen?... dat is nou op zijn manier 'n jiddekind, die nooit'nsigaar rookt op Chabbes, maar wèl mit z'n vrouw in café gaat zitte en geld uitgeeft.

*) Portugeesch-joodsche gedrukte gezichten, hier: Doe me 'n genoegen. ') Portugeesch-joodsch:

uitdrukking: gezelligheid, in-zich-zelf gekeerd.

1 ') Hermiet. 3) Genot.

2 ) Portugeesche uitdrukking:

3 s) Hoe aardig, hoe geestig.

4 8) Voorzangers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.