Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



181

Mevrouw Bresser was nog slank als 'n meisje, en in haar lief hoog stemmetje klankte zachte beminnelijkheid. Juist was ze aan den snater geraakt met de ouê-vrijsters, die haar knussig overstelpten met vragen, intieme trekjes aan haar japon en rechtgezet van plooitjes in d'r jaquet, toen de deur weer opensloeg en twee zusters van Bresser, met hun mannen, lawaaiend onder hoog gelach en uitgeblaas van puf-warmte, instormden. Na heen en weer geloop en gegroet, drongen de mannen weer bijeen in den hoek waar Lozij en zoon zaten, en klubden de vrouwen rond de tafel, slurp-happend kokende koffie met cake. Saartje was aan 't bedienen bij de heeren, die, al stikten ze van eigen lijfwarmte, van de koffie niet konden afblijven. Iedereen duwde ze 'n kopje in de hand met 'n apart schoteltje, waarop, naast fijn-randige zilveren lepeltjes, twee vette reepen cake klaar gesneën glommen. Met één kopje te veel bleef ze, treuzel-zoekend-verlegen of ze iemand soms vergeten had, voor Sak staan.

— Saar te veul?... wat è neweire J),.. . zet mär neer . .. mesrien hét Eiliejenove 2) trek, — grinnikte neef Bresser.

Uit 't bijeengekropen vrouwengroepje klonk onderdrukt gekakel en gelach, waartusschen 't meegeschater van Suus zuiver uitschoot met hoog kittelstemmetje, als kaatste ze haar lachgeluidjes in 'n akkoord van lage naar hooge gilletjes op de tong weg. Mevrouw Bresser had de jalouziën weer neergelaten, zoodat allen weer in half-schemer konkelden, raasden en schreeuwden onder muzikale uitstortingen die aanhielden van achter, van boven, van voor. Bij elke deur-openwaai van Saartje, die om lepeltjes en bordjes heen en weer dribbelde, huppelden sterker, neusknijpender klarinet-tonen naar binnen, en woei ään dieper vioolgebeef. Mevrouw Bresser had Henriet 'n boodschap laten weten, of zij tenminste niet wou stoppen; maar ze gaf Saartje bijna geen antwoord; over elf minuten was ze klaar en daarmee uit! — Sak smonselde nog in zichzelf over dien uitval van Bresser, beet spelend op 't haar van z'n baard, dat ie optrok tusschen z'n lippen, loerend op 'n gelegenheid om zich te wreken. Bresser had zich weer kwaad gemaakt met de papegaaien, die ie verwenschte als ze schreeuwden op 'n oogenblik dat h ij sprak, of 't pianomotief haastig vooruit even méézong, luchtigjes, in versnelling van maat, om te laten hooren dat ie 't kende. In 't gewoel en gespreek bracht plots de wondere reveille-klok opnieuw afleiding. Weer was Sak, alle kwaadheid vergeten, er heen geloopen, met handen op z'n rug, lacherig aankijkend 't trompettertje. Achter 'm aan drong nu de heele stoet, zwagers, zusters, neven, nichten, vrinden, die allemaal wät riepen, stem-grillig, door 't getètter. Nou eerst had Sak opgelet, dat 't trompettertje, voor 't weer in z'n huisje terug veerde, even met z}n rug naar 't publiek voorover boog en dan in beef beweeg verdween in klokzij.

') Zonde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.