Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



i8o

de hitte van 't gesprek golfden öp weer de dierkreten. Onbewust werden giftiger op elkaar de menschen in 't schreeuw-hartstochtelijk debatteerende kringetje, woedend dat ze niet werden verstaan, vloekend in de warmte, dat ze moesten overzeggen dezelfde zinnen, opgehitst door papegaaien, die zwaarder gil-krijschten als er hooger geschreeuwd werd, en de menschen zwaarder brulden om hun gil-schatergelach, vergetend dieren, muziek-razernij dwars door hun kakel-gespreek heen, die telkens volstortte midden in heetste diskussie, midden in geblaas en geraas van nijdige stemmen.

Lepper en Rozijn, nog ongewoon aan die klankzwellende herrie, vroegen telkens heftiger: hèeè, hèè... watte! — door 't niet verstaan, waarop kwaadaardig kort geantwoord werd in al schreeuweriger stemgekruis, onder wilde gebaring van armen en hoofd. Toch durfden de knechten niets zeggen, wetend dat 't Bressers liefhebberij was, iedereen te laten hooren wat ie had.

Maar Sak zag twee nieuwe vijanden in Lepper en Rozijn aankomen, en Bresser had van dien steun partij getrokken om haastig Sak 'n knauw te geven.

— Je haalt me de woorde van de tong! — schreeuwde Bresser als spreek-overwinnaar dezen keer, — daar mot-jullie 'm de heele tijd hoore over de werkman... zou je 'm niet houe voor de grootste gesjiewes r) van de wijreld ?... ik bezweer jullie bij God,... als ie vandaag-morrege de werkman 'n loer ken draaie, dan doét-ie 't, en als ie in mijn plaats was, was ie nog veel grooter pèsponem 2) as ik,... want alles wat ie zeg tege mijn, is omdat ie zelf niet verkroppe ken dat ik 'n paar cente heb in de wijreld, en hij niks!... Maar ik zweer jullie, zalle we alles-goeds in de wijreld hebbe, als ie vandaag-morrege 'n loterij trek, en hij kèn juweliere, dan is ie 't grootste stuk pes voor de werkman van de wijreld!... Want jaa, hij meent 't mit de werkman:... gif tege mijn, nijd, afguns, en dat ken ie nie verkroppe, vóila-tout!

Rood van lol dat ie even z'n venijn kon uitstorten, had Bresser opgehouên, en Sak wist niets anders te doen dan zacht ״hè-hè-hè"te grinneken, treiterig-woedend, tusschen elk woord dat Bresser er uitgenijdigd had, hard krabbend z'n achterhoofd en pluimlokken bij z'n oor.

— Bi-je nouh uitgesproke? — vroeg ie schijn-kalm, smorend z'n drift in bedaard-sober vraagje.

Weer sloeg open de deur; mevrouw Bresser kwam in, groetend met hoofdgeknik en lachje de heeren, om direkt naar de nichtjes te loopen. De nichtjes waren plots opgesprongen en vielen een na een Suze zoenend om den hals. Bresser was naar z'n vrouw gegaan en fluisterde haar met 'n ontdaan gezicht iets in 't oor, waarop ze met 'n lachje luchtigjes in 't Engelsch antwoordde, haar man gerust stellend, die vroolijker weer naar 't mannenklubje keerde.

*) Goed als een engel.

9) Kreng van een vent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.