Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



170

— Wat 'n verchwartzte herrie!... è pietsie é patch azze we z'k mekaar vestaan kenne!

Opnieuw vulde Bresser de glaasjes, en zoon Lozij, die nog geen woord gezegd had, wou Bresser net iets vragen, toen, in knarsend veer-sprong-geluid, uit de zijwand van de klok hevig lawaai tètterde. 'n Klein, met uniform beschilderd kereltje, hief, met automatisch-strak-scheef-bevend armbeweeg, 'n trompetje bij den mond, en tètterfel, reveilde 't den tijd.

... Tettè tettè... tettètterettè! — hield 't aan, schel, in geluids-gedrang tusschen pianogebons en geschater van papegaaien, die met 't nieuwe geraas wilder joelden en krijschten, als gillende schoolkinderen op straat. Lozij en zoon, aangestoken door 't kittelend gelach en gebons, waren plots zelf in lachen uitgebarsten; Sak bleef heele-maal verbouwereerd.

Langzaam was ie met z'n handen op den rug naar de klok ge-loopen, voor-zich-zelf uitroepend in week stemgehaper, onder elk geschetter dat tusschen z'n woorden schoot:

— Wat-e-gèin... wat... e... gèin... hoe kanne-n't ménsche-hande make!

Vlak bij 't blazende trompertje was ie gaan staan, en toen Bresser in ernst wou uitleggen, dat 't geluid niet uit trompetje, maar uit de klok kwam, bij 't uurwerk, voelde Sak zich ״verneukt", en onder hoog-luid gestrij van hun twee krijschende stemmen, vlak voor de alarmeerende klok, verdoofd nog door 't pianogebons, kreet-stooten en lach-uitbarstingen van papegaaien, wisten Lozij en zoon, die zitten gebleven waren, niet waar de twee Bressers zóo heftiggebarend over keven. Eindelijk was de klok uitgetrompet. Lozij had zich best gehouen, weinig van verbazing tegenover Bresser gelucht, en z'n bleuerige med. stud. durfde niet goed. Bresser had ze beide wel kunnen worgen, om hun koelheid voor z'n prachtklok. Maar toch genoot ie van huis vol leven, zich vooruit al lekker makend, als straks daar Herman viool en Manuel klarinetles moesten nemen, al was 't boven. Dat had ie zelf zoo ingesteld, op Zaterdag. Want de klub sprak van z'n huisgezin, als van 'n muzikaal wonder. De twee papegaaien waren stil geworden nu de klok uitgeschaterd had, en beter konden de heeren elkander weer verstaan. Maar nu klonk zacht-dun, afgebroken soms, boven den rechter kamerhoek, viool van Herman. Drenzerig-week, zeurde door de zoldering, 'n versmoord toontje, eigenwijs ingaand tegen hollende piano-études. Weer gloeide Bresser inwendig om nieuwe muziekstem, die nét nog te hooren was soms; maar Lozij vroeg niets en med. stud. nog minder. Sak, die vanaf dat ie gekomen was nog geen stoel genomen had, lette er niet op, omdat ie weer 't gesprek terug wou draaien op den werkman van straks, en tersluiks te hooren of Levie nog wat goed *) voor 'm mee had.

') Diamant.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.