Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



158

't groot voor heel rijke afnemers. Zoo had Bresser de jaren om zich heen zien groeien en z'n rijkdom toenemen, hoewel met niet zoo hevige winstvlagen als eerst. Hij was gebleven een der eerste juweliers van Amsterdam, genoot van de weelde die ie uitstalde na de Kaap. In dien tijd was z'n karakter heelemaal vergroeid; alles in 'm was geldzucht en toch bereken-zuinige praal. Zélf meende ie dol veel van z'n vrouw en acht kinderen te houên, maar allereerst wou hij van 't leven genieten, breed-uit, dooddrukkend ieder die 'm opzij wou dringen. In z'n sluw hoofd draaiden alle soorten van wellustplannen rond. Altijd dacht ie, dat ie uitsluitend rijk was geworden door z'n ploeteren, knapheid en zuinige berekening, buitensluitend met wrevel handelsgeluk of toeval. Zoo meende ie geen sterveling verantwoording te moeten geven van zijn doen en laten. Hij zou leven naar z'n stand, goed toezien op huishoudver-tering, en voor-zichzelf, buiten z'n gezin, doen wat ie wilde. Z'n vrouw was, door dwingelandijen en heerschende kracht, weggezakt in z'n waardeering; alleen zag ie nog maar in 'r, 'n goeie moeder van kinderen, maar raad had ie nooit meer van haar noodig. En dan, al jaren achtereen ontplooiden zich stil, diepste neigingen en lusten, dingen waarnaar ie eerst gesnakt had en die ie nu kon uitvoeren. Z'n driften had ie vroeger pijnlijk gesmoord, ingekrompen. Maar met de weeldejaren, toen ie bij Suus negen kinderen had gekregen, was ze versleten, prikkelloos voor 'm geworden, scheurde en gierde 't in 'm naar meer en nieuw zingenot.

In z'n bangelijkheid voor ״stand," had ie in Amsterdam niet goed gedurfd, al snapte ie menig nekeiwetje. Maar op z'n parijsche reizen, als ie geslepen verkocht, of deed alsof 't verkocht moest worden, barstte ie los in de wereldstad, ver van gezin en standfatsoen, driftte ie uit z'n dierlijkste lusten, gaf ie zich over aan al wat lijf en naakt was, wreekte zich op z'n gedwongen ingesmoorde matigheid, en zwijnde rond, met vuur in z'n lichaam, in verfijnde of grove beestachtigheid, tolde als 'n gek, moerde zich vast in ontucht, liet z'n heet bloed door strot en hoofd vliegen, lachend om z'n gezin, stand en handel. — Dol was z'n roes, uitzwijmelend z'n geil-vracht, om dan, uitgebleekt verschrikt bij 'n érge klacht en naïef briefje van Suus, tot bezinning te komen, midden in 't schuimend wellust-geklots van z'n passies, zichzelf even bekijkend als onverstandig, heel kort maar, om dan op de terugreis weer voor te bereiden plannen voor nieuwe lol, in kombinatie met anderen.

Zoo haatte Bresser alle dingen die niet te tasten, niet te zien waren; zoo alle abstrakties, dingen van geest alleen. Zoo voelde ie geen geluk buiten bezit, 't Leven moest ie voor zich zien als 'n groot dik ding, dat ie bevoelen kon, knijpen, duwen, zoenen of trappen, waarin ie weg kon zakken, als in z'n zacht-veerende en rug-kussenende stoelen; 't moest voor 'm staan als 'n vet vrouwlijf, waartegen ie kon drukken, waarop ie zich kon smakken in dierdrift, dat niet week, niet verschuchterde, maar dat heelemaal voor hèm

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.