Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



47

schoonheid voortdroomde 't licht in, krampten samen soms, zacht even, tot ze opkeek, met rondom weemoed in 'r kijk. Om haar teêr-schoon hoofdje krulden, grilliger vóór de ooren in stoeienden sprong, losse prachtharen, meelijnend 't fantastisch mooie van 'r heele verschijning.

Nog had ze geen antwoord gegeven.

Zóo, in z'n pijnlijk zoeken naar woorden, vond ze z'n stem nog inniger, z'n onbeholpen gebaren, die mee uitdrukten 'n woord dat zoek was, nog typischer. Er kwam 'n zacht-kleurende gevoeligheid op z'n gezicht, en in heel z'n wezen lag angst voor eigen grofheid en hoekige lompheid. O! ze voelde zoo iets heerlijks in die halve gêne, dat worstelen met fatsoen, bang ingehouên, en dat zich-zelf-willen-zijn; zoo schuchter, kinderlijk dat stamelende soms, dat veel dieper voelen dan zeggend hakkelen. Ze zag in 'm opgloeien dat breeë sentiment, dat uitslaande, gesmoorde verlangen, gestameld in iets dat 'm heelemaal beet had, maar ie niet zeggen kon, eruit als 't kwam beklemd, verkneusd soms.

Toch wou z'm nog even döorplagen, al meende ze 't meeste ervan. Ze had 'n heerlijk gevoel voor 't week-schuchtere in dat stuk vuur, dat beschroomde, terugdraaiende, intoomende wèggeaai van z'n drift, z'n uitlaaienden hartstocht. Ze wou 'm nog even zien doorgaan, zooals in 't begin; dat was 'n triomf geweest. Heelemaal wou ze den vollen klank van z'n smachtstem nog eens hooren.

— Och ziet u, ik hou niet erg van debatteere, die woordvangerij vind 'k allemaal zoo grof, zoo gevoelloos,... en al dat prate... Och... door diep denke en diep voele alleen, kan men eerst 'n klein stukje zuiver van z'n innerlijk leve zegge,... dat andere openbaar gepraat is allemaal gevatheid, handigheid en heeft toch niets te make met wat ieder heel stil voor zich zelf voelt... Dat kan alleen 'n kunstenaar w eergeve, en de grootste redenaar is, wèl bezien, toch maar 'n prater, en geeft toch alleen allemaal uitwendigheidjes van ons voele ... Om 't sukses, geblaas en getoeter bij 't volk, geef'k niets,... 't volk grabbelt altijd in plathede,... en ieder die de slag heeft in grappige vorm te zegge wat 't zelf denkt, wordt toch maar toegejuicht... En dan,... nu kom 'k 'r weer op terug... d'r zijn onder de mensche maar enkele uitverkorene, dat zijn de groote kunstenaars ... en dan enkele die uitsluitend wille leve voor de schoonheid,... 't mooie, .. . U bent nu iemand, misschien met 'n beetje meer liefde voor 't mooie, ... maar de andere vechte alleen om meer éte,. .. om beter bestaan.

'n Oogenblikje hield ze op; ze had gesproken, Eva, snel, in één adem door, alsof ze opgejaagd werd. Zacht gerekt liet ze 'r op volgen:

— Hemel, mijn heel leve lang heb ik nog nooit zóó 'n speech gehoüe !. .. U moet 't maar neme zooals 't is ... ik ben geen praatster.

Hein voelde dat ze weer uitgedraaid was op 't zelfde. Had ie dan zoo zeker gezegd, dat in zijn klasse niets gevoeld werd voor wat Eva 't mooie noemde?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.