Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



143

Hij idealist, hij, nakende versteller, idealist ? Wat méént ze toch ? — Nog onzeker bracht ie uit:

— Ik begrijp niet goed wat u bedoelt, juffrouw. Ik weet niet wat dat eigenlik is,... ik bin 't ook niet,... en droome doe 'k alleen 's nachs,... heel érg soms; wat 'k voel of denk, is voor mij zooals 't is, en omdat 'k nou anders denk over dinge als u bijvoorbeeld,... bin 'k daarom idealist?

Eva begreep z'n schuchtere ontwijking van 'n naam dien ie niet eens goed begreep. Maar ze wóu nu eens stijf]es-dwaze vragen doen, net of ze was 'n nuffie, om 'm 'n beetje los te krijgen.

— Dat juist niet meneer Hols, maar wat u denkt, maakt u tot iets,.,. tot 'n utopist, zooals meneer Zeelt zegt;... ik heb gehoord dat u en uw geestverwante de héele wereld zouê wille omkeere, niet ?

Het laatste zinnetje vleide Eva er zoo liefelijk bij, dat Hein dacht: 't gaat bij haar warèmpel over 'n kopje thee mét of zonder suiker. Eva voelde haär plat begin, haar burgerlijken plotselingen aanval, maar ze wou, wóu mal■ en nuffig zijn. Toen ze uitgesproken had, was Hein in 'n breeën lach uitgebarsten; heel z'n stijve bedremmeldheid was weggekitteld.

— Ik mot om u lache, juffrouw; ik die 't met mezelf aljäreniet ééns kan worde over hééle moeielijke dinge, waarover 'k loop te tobbe,... ik wor door u maar inééns voor 'n beslissing gesmakt: spreek!... Och juffrouw, ziet u,... ik weet zélf niet goed hoe dat loopt... ik weet 't zélf niet, weratje!... Ik wou alleen maar, dat de mensche veranderde,... dat ze wat beter voor mekaar werde, en niet zoo trotsch, zoo ijskoud en zoo uit-de-hoogte mét mekaar omginge!

— Dus u wil ze dan toch eerst verandere, vóórdat u ze vernietige wil?

— Maar juffrouw, dat zijn weer van die groote woorde,... ik verwerk dat allemaal heel anders,... 't klinkt zoo ongewoontjes, zoo ophakkerig, zoo snorkend, als ik 't u zoo hoor zégge... Zeker voel 'k dat de heele maatschappij niet deugt en dat de ellende overal zoo groot is... ziet u, en de armoe zoo vreeselik... vrééselik !., en dat de boel zoo oneerlijk is ingericht, om van te huile, ziet-u?

Hein wou nog wat zeggen over schijn-fatsoen en schijn-goedheid van menschen met duiten, maar hij durfde niet verder, hij was bang zich te vergeten. Hij begreep niet goed de zachte vraag-belangstelling van Eva; nog minder, dat z'm juist wou loskrijgen, zien opvlammen, zooals ie was en dacht, zooals ie zich bij Zeelt gaf. Eva voelde dat ze nóg meer prikkelen moest. Wat zij of hij zou zeggen, kon haar niet schelen, als ze hém maar eens zag. Voort draaide ze weer in een zacht, tartend verzet:

— Maar meneer Hols, er is toch ook zooveel moois in de wereld, niet ?... zooveel goeds en schoons. Hoe wille ze dat nu alles onderstebove keere ?... Houdt u niet van mooie schilderije, van muziek en mooie boeke?. . . . Dat zijn toch dinge die góed en schoon zijn, en waar ieder van geniete kan, als ie maar ziel heeft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.