Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



i4i

veel bepeinsde, machtig en veel voelde. Toen had Hein 'm nog éven gevraagd, of ze dan geen afschuw voelde van socialisten of anarchisten; maar Zeelt had z'n schouders opgehaald en kort weer

gezegd: — Vraag 't zelf.

III.

Heel gauw kwam er gelegenheid voor Hein om Eva eens apart te spreken. Bij Bresser was 't heele personeel al drie weken werkeloos. De winkel doodschte kil in doozige hokkigheid. Hein kwam leveren voor z'n baas, en liep, zacht fluitend, de leege werkplaats in. Toen ie niemand zag, ging ie terug en klopte, aan 't kantoor ernaast. Eva maakte 'm zelf open. Hein wist zich bijna niet te houên van vreugde, en zei van bedremmeling niet-eens goeie-morgen. Zacht-lachend, voelend z'n verbazing, vroeg ze'm in te komen, achter 't hekje uit en te gaan zitten. Zeelt had nogal met Eva over Hein gesproken. Op de werkplaats was hij de éenige waarmee ze weieens vertrouwelijk praatte. Z'n langzame, koele doen vond ze soms te gemaakt, maar toch kende ze Zeelts oprechtheid en stijgende warmte in alles. Zeelt had haar in de vertrouwelijke babbelarijtjes iets van Heins vulkanisch karakter, van z'n uitbarstende, toch droomerige en érg onbewuste naïeve natuur verteld, van z'n diepen en breeën hartstocht voor muziek, en ״voor alles wat de hóógte inging", — had ie er lolligjes bij geklemtoond. Eva had al lang verlangen gevoeld iets meer van dat brandende karakter, die ziedende koortsziel te hooren. Al lang had ze gezocht naar 'n ontmoetinkje, om 'm te zien uitpakken, spontaan heelemaal, zonder dat ie begreep waar 't haar om te doen was. Uit vrees dat haar vader in 't midden zou komen, had ze 't telkens gelaten, toch met voornemen 't niet op te geven. [Met haar rag-fijne intuïtie, voelde ze 't zachte, tembare, 't weeke in dien woesten, stoer-wilden kerel, voelde ze 't droomerige, teer geschakeld tusschen 't spannende van z'n passies. En in z'n heesche stem had ze gehoord 't bevende, overslaande timbre van kracht en teerheid, van srloeiing, van man

dat vaste, energische; uit z'n oogen gloeide iets hevigs, iets geweldigs, en dan plots weer kon ie kijken zoo kinderlijk, zoo verlegen. Vandaag trof ze 't, dat zij alleen op kantoor 't werk moest nazien. Op de sorteertafel lag, onder 'n hoogtetje van dekseltjes, haar schetsboek. Juist bezig was ze 'n paar kinderschoentjes te teekenen, — èèn staand, ingezakt-verkreukt, 't andere, liggend tegen 'n grijs stemmig doekje, dat ze erachter gespannen had, om 't wilde licht van den behangmuur te breken. Hein vroeg ze, of ze nog éven 'n paar krabbeltjes mocht doen, 't was haast klaar, ze zou 'm dan onmiddellijk helpen.

Bedremmeld, in al z'n ledematen verstijfd, zoo alleen te zijn met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.