Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



138

menschen toch maar niet worden, omdat enkelen hoe geleerd en goeiig soms ook, dat wilden. Maar Hein had weer doorgehold, en gezegd, dat de arbeiders zelf wel de beste manier zouden weten te vinden, om in de toekomst goed te werken. Als de arbeiders maar allemaal 't werk zouden staken, dan zou de wereld stilstaan, alles zou verbroken zijn. En dan was 'r de revolutie, dan kon alles onderste-boven gekeerd worden, .. . alles .. . alles! En toen Zeelt 'm gevraagd had, kalm, of ie aan zoo'n bloedbad zou meedoen, had ie inééns weer zware aarzeling gevoeld. Langzaam had Zeelt gezien z'n schrik, z'n hevig deinzen, z'n inkrimpen van geestdrift. Toen was ie voortgegaan, zeggende, dat Hein eigenlijk geen bliksem van maatschappij-groei begreep, dat men al die bloedtooneelen, die hartstochtelijke dierlijkheid, dat Satan-oproepen best in 'n hoek kon trappen, dat men in onzen tijd Satan niet meer noodig had, dat al dat heethoofdige, vloekende, overspannen nihilisme, zieke, waakzinnige uitputting van 't verstand was. Vuriger ging ie voort, dat men met 't stembiljet meer levens kon redden dan er achter barrikaden stukgehakt kunnen worden.

En toen wees ie Hein op de groote revolutionnaire kracht van arbeiders van alle landen; toen had ie 'm laten voelen, dat z ij 'n ideaal hebben, dat niet in de lucht zwiert, niet achter wolken van malle utopie schuil gaat, de burgerij veel meer opjaagt en van angst verhit; alle rangen en standen onrustig maakt, bankiers en kunstenaars, kooplieden en studenten. Hij had 'm laten voelen, dat 't zóó 'n strijd was die óver de hoofden der burgerij en stilzittende massa heen, door 't hunkerende volk zelf met de kapitalistische machten gestreden werd. Alles was ekonomisch, politiek, vanzelf dus ekono-mische aktie.

Zeelt had kalm gesproken. Hein vond 'm koud, koel, hoorde 'm alles zoo stijf-droogjes zeggen, alsof ie geen hart had. En weer was Hein toen uitgebarsten, dat de socialisten alleen maar 'n anderen Staat wilden, met de arbeidsmiddelen aan den Staat, en ieder weer zich te onderwerpen had aan die wetten. Dat was weer nieuwe ellende. Toen was ie met Zeelt in 'n wild laaiende geestdrift over de Kommune gaan spjeken. Waarom voelde ie niets van die reusachtige worsteling? j'Onder 't spreken, had ie zich weer heelemaal voelen weggaan, in den smeul-gloed van dien strijd, zich voelen bibberen van aandoeningsgenot bij 't nagaan van 't onzettende verzet van die Kommunemannen. Hij hoorde weer fluiten en gieren door de lucht, hun kogels, de gil-kreten van hun manifesten. De dondering van ״Leve de Kommune" maakte 'm bleek-wit van hartstocht. Daar zag ie weer voor zich hun kamp, hun koene indringing tegen de groepen van rotheid en vuil geweld. O! die moed, die moed deed 'm weer duizelen. Dat was 'n proletariërsgevecht, dat was 'n martelende worsteling die deed sidderen van ontzag. Met z'n diepste, diepste kracht, liet ie Zeelt voelen, wat ze gedaan hadden!? Waarom toch zag ie niet de grootschheid van dien strijd; waarom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.