Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



37

beginselen goed voelen, als men beginnen moest met wegsmijting van z'n individu; dat dat niks was; alleen 'n deeltje van 'n reuzegemeenschap. Is 't niet veel beter, te zeggen, dat de anarchisten de heele wereld willen omkeeren, niet om kwaad, maar om goed te doen? En dan had hij Zeelt recht in 't gezicht gezegd, dat ie in al z'n woorden geen ziertje eigen gevoel had gemerkt; dat ie alles al veel maal herkauwd gehoord had, 't 'n lesje voor 'm was, meer niks. Altijd wilden z'm vastzetten met de woorden: evolutie en revolutie, en als ie Zeelt dan vroeg of ie wel allerzekerst wist dat de natuur niets met sprongen deed, of wel alles zóó langzaam ging, als de socialisten 't voorstellen, dan zweeg ie. Ja zeker, ook hij had allang gevoeld, dat de arbeiders zich veel meer met hun leven en omstandigheden moesten ver-innigen; dat alles in hun strijd moest doorgloeid zijn van 'n vuur, iets heiligs, iéts goddelijks. Maar zoo moest 't wezen, dat al de burgerlui, die vol zitten gepropt met geleerdheid en slimheid en braafheid, dat al die lui schrikten van hun ernst, dat ze zouên inzien, ineens, hoe op leven en dood 't ging. Zie je — had ie Zeelt gezegd — ze moesten begrijpen, dat de arbeiders zwoegen, ploeteren kunnen, maar dat ze ineens ook heerlijk woest willen opstaan met hun allen; dat ze ineens konden gaan denken, dat de maatschappij ze in alles uitzoog. Ja zeker, ook hij voelde dat er veel dieper, veel inniger samengedacht en samengewerkt moest worden. Hij zelf begreep niet, waarom men elkaar zoo uitschold en bekladde, waarom altijd de eene kliek de andere vervloekte en z'n eigen makkers zegende, waarom men de rijke lui, de werkgevers, de lol liet, te zien, hoe de arbeiders, en de lui die vóór en mèthen voelden, elkaar verscheurden, stuk beten van nijd en haat. Want alles, alles hing toch maar af van hun macht. En toen Zeelt heel nuchter daar tusschen in drong de redeneering: dat ekonomische macht op zich zelf 'n leeg ding, 'n onbestaanbaarheid was, niets zonder steunpunten in 't politieke leven, dat de wetten door de kapitalisten gefabriekt, elke ekonomische macht konden insnoeren, toen kwam Hein opstuiven en zei ie dat 't niet waar was; dat de Kommune heelemaal gestreên had als revolutionnaire massa, in merg en been, en door te wachten op regeling, de ontzettende ellende alle fut uit de lijven der werkers zou martelen. Alles — had ie geschreeuwd — alles hangt toch af van de arbeiders zelf, die, als ze voelen hoe sterk ze samen zijn, den staat toch ineens kunnen omdonderen! Niet de wetten wijzigen, maar ineens de maatschappij omsmijten, waardoor de wetten vanzelf tegen den grond tuimelen.

Kalm had Zeelt 'm gezegd, of ie dus dacht, als dat heelemaal kon, dat de menschen dan zóó-maar allemaal engeltjes werden; of ie niet inzag 't idiote, 't ezeldomme van de onbeschermdheid der arbeiders ; of ie dan niet begreep dat juist 't laagste egoïsme gegroeid is uit zóó'n heerschappij, waar de sterkste de baas was. Want edel, zooals 'n paar werkelijk echte anarchisten dachten, konden de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.