Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



133

stond ie op en liep haastig- verder. Z'n anarchisme begreep ie niet meer. Alles was uit 'm geloopen. Hol-dol voelde ie zich, zenuwachtig gejaagd; alles, alles bracht ie terug op Eva, op zichzelf, op z'n afgewezen dankbaarheid en liefde voor haar. Dol was 't van 'm, dat voelde ie zelf. En toch bleef heviger, striemender z'n smart erover, z'n verlangen. Onder z'n wandeling hoopte ie 'r wel eens zoo ineens tegen 't lijf te loopen. Dan maakte ie zich angstige voorstellingen van al wat ie te zeggen, en hoe ie zich te houên had. Anstiger ging ie door op die gedachte; 't zweet brak 'm dan uit. Inéén kromp ie telkens van schrik, als ie in de verte 'n vrouw zag aankomen. Als ze 'm nou 's niet groette.. . heere Jezis!... als ie nou 's geen woord kon uitbrengen! Z'n hoofd-gloei en opwinding werden heeter, woester. Hij voelde dat ie tot bedaren moest komen, dat ie stikken zou anders. Zwaar geduizel rolde onder z'n voeten .. . Hij voelde zich klam, dood op, alsof ie zóó tegen de straat zou bonzen. . . tegen de wemeling van steenen in.

Plots stond ie onder 't felle licht van 'n koekwinkel in de Leidschestraat. Blij liep ie mee tusschen 't menschgewoel op de trottoirs. Hij zou 'n melkinrichting ingaan om wat te bedaren. Toen ie 'r zat, met 'n lang glas melk voor zich, voelde ie eerst 'n doodelijke, loome lendenvermoeienis, ringen van naaldpiekjes om z'n leden, met striemend pijngestreep in de stuit. Vanboven, op z'n borst, kookte heet geprik, verspringend op z'n beenen, heet gegolf soms van bloed dat niet doorliep en tikkend opbolde onder z'n kleeren. Toch voelde ie zich lekker zitten, warm, ingeknust, alleen. Heel vreemd luisterde ie naar de gesprekken van lui om 'm heen, en naar 't diepe gefluister van stemmen achter 'n gordijn in denhoek waar ie zat. Dan dacht ie ineens: als die lui 'r nou eens kennen, en als ze nou eens over haar begonnen te spreken. Bij die gedachte bonsde er 'n stikkend gevoel van vreugde naar z'n keel. Maar alles bleef roezigen om 'm heen, over halve zaken, met stukken zin waarvan ie niets begreep, en namen die ie nooit gehoord had. Tegen sterke windrukken in, liep ie naar huis. De opwinding en gloeiing was weg, maar snakkender z'n verdriet, z'n leeg, traanloos geschrei, z'n afmatting. [*Naar niets op den weg keek ie, hij, die anders zoo dol-vreemd genoot van z'n avondgeloop door de stad, van al die goochelende avondkleurpracht, dat wilde leefgestoei van wezens, winkels en licht op regen-straat, met neerslag van woelige schijnsels, rond schaduw-gedrang, felle kleur-plassen, wijd glim-gevlam en zwart gedoof van lichtgekruip, uit donkere nachthoeken.j 'n Losrukkende loeiwind bij 'n hoek omslaan, duw-droeg 'm als op luchtkussens vooruit. Gierend geslier van straatvuil, afval en dol bladeren-gedraai, wolkten wild langs z'n beenen, snel ruischend in duistere stuiving vér vooruit.

Donker gaapte 't bij 't zwarte Braak-slop. Bruin-vale schijn bibberde over de eerste pakhuisvensters, die in stompig geluik van half beschenen bintlatten, grienend in uitgeschoten kleur-leed, boven de krotten uit-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.