Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



i3i

doordringing van alle kleinigheidjes bleef ie stilstaan, aldoor Eva's gestalte en stem naar voren duwend uit 'n achtergrond van platte en nare branies. Z'n jubelend geluk toen ie zich beschermd zag, vertelde ie Liesje in breed gelach en gejuich, met natte oogen, onder nog snikkende huilschokken; wat ie toen had gevoeld en dat ie wel voor haar had willen knielen van dankbaarheid. Toen was die schreiende teleurstelling gekomen, dat uitdooven inééns van z'n jubeling, dat ontzettende, dat 'm zoo neergehamerd had. Hij was met 'n bonzend geluk in z'n hart, en zoo innige, échte liefde naar haar toe gegaan. Hij wou haar nog eens bedanken; toen had z'm streng-koud geantwoord, zonder op te zien bijna, met sluiting achter 't gebeurde van alle intiemheid en goedheid, dat zacht-lieve, dat 'm zoo bedwelmd had eerst. Toen, in nieuwe snik-uitbarsting, zei ie Liesje wat dat was voor hém, voor hém, die zoo inééns, zooals ie 't voelde, zich uitstortte hoe moedig en mooi ze gehandeld had. Na-huilend, zacht nog, zei ie:

— Zie je Lies, as ze me nou eerst niet zoo beschermd had... en zoo erg diep angekeke, dan had 'k niet beter gewete... Maar nou, nou het ze me zoo trots, zoo uit de hoogte naa zich toe late komme en geantwoord alsof ze me pas voor 't eerst gezien had.

— Gom jonge, wat wou je daenn wel ? — vroeg Liesje 'm nuchter, — soo 'n dame van-de-rijkdom is nie soo flap-inéen-maar-uit soo as-jij!... jij heb ommirs 'n heel and'r netuur, wel-ja,... en soo 'n rijke dame hoef tege jou immirs nie lief te sijn, wél neë... al hét se je pertij getrokke!

Die zachte woorden van Liesje ontnuchterden Hein nog erger. Hij had soms ook wel zoo gedacht, doch in zichzelf wou ie 't nooit herhalen, bang, 'n innig gevoel te kneuzen, dat ie zich al ingedacht had; niet zóo maar, maar écht. En nu had Liesje 't gezegd, kalm-kinderlijk, in nuchteren eenvoud, zoo naïef en zoo waar. Dat verpletterde 'm nog erger. Verward en half leugenachtig-bedekt, zei ie terug, dat ie dat ook niet verlangde, maar dat menschen toch menschen zijn.

— Als ze me maar niet ineens zoo koel had behandeld, zie je ?... O Lies! dat steekt me nog erger, dat brandt nog erger in me, dan al dat geminacht van die Swarthuize, en die andere klovers... Eerst had 'k zooveel... zie je, ik weet niet, zooveel ruimte, zooveel meelij in 'r ooge gezien... en 'r stem, die zoo mooi klonk... zie je... dat weet jij niet kind,... die heeft in me nagewerkt... Dat begrijp je niet, zie je, dat voel je mèschien niet... En ik had me al gedacht, dat ik eens met haar mocht spreke, lief, zoo aardig, over alles maar wat 'k wou. .. zoo zonder ruw te zijn en zonder dat 'k zou schreeuwe... Ik had me al zoo veel van die juffrouw voorgesteld, zoo véél;... ik dacht al, dat zij nou 's 'n beetje meer ménsch was as al die andere trotsche vrouwe, en dat ze nou 's nie vies zou zijn van 'n arme ploeteraar... Ik had haar wille vertelle van me werk, heel zacht, zie je, heel langzaam natuurlik,... en als 'k dan zag dat 'k

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.