Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



148

smerige spijkers en staalkopjes lagen op 'n rot rond tafeltje te grienen in modderig vuil van tabaksasch, lijmsmeersel en ouê leer-lapjes, met weer 'n verdiepinkje d'r onder, waar nieuwere leesten uitpuntten, uit drok opgehoop van ouê laarzen. Met haar knie op de zitting van 'n kruk, en elleboog op tafel, boog Liesje, in haar stinkende werkplunje, voor 'm, pal kijkend in z'n gezicht. Een scheurend, verstommend verdriet schokte toen plots uit 'm op. Alles zag ie huilen om 'm heen in dat druillicht. En toch, hoe graag had ie Liesje willen wijsmaken dat 'r niets, niets met 'm was; dat ie zich heel goed voelde; alleen moe en overwerkt. Maar hij kon niet; hij voelde dat 't er uit moest wat 'm hinderde, heele-maal d'r uit. Zou Liesje 'm ook uitlachen, zou Liesje 'm verstaan? Weer had ie haar lang aangekeken, vóór ie iets kon uitbrengen. Maar toen 'n paar dikke tranen z'n oogen om waterden, in dubbelig-duister zien, en ie ook Liesje mee zag huilen, stil, in pijnlijk getrek van haar gezichtje, kón ie niet langer, barstte ie uit in kramp-huil:

— O Lies, Lies!. .. ik heb zoo'n vreeselik verdriet! .. . zoo vreeselik! ... ik voel me zoo naar en zoo èrrig ongelukkig!

Liesje stond verslagen. Ze voelde, na zoo'n uitgescheurde smart niets meer te moeten vragen. Zwaar snikte Hein, met hoofd tusschen z'n handen, in halve schaamte toch voor Liesje, dat ie zoo inééns maar griende.

!Zacht wreef z'm toen met haar hand over 't haar; lief klonk haar stem weer in doordringend gevraag, wat ie dan bedoelde, waarom ie zich dan inééns zoo verdrietig voelde, hij die altijd zoo opgeruimd en sterk was en zoo vriendelijk voor haar. Droef klonk't verwijtend vraag-gezeg z'n ooren in. Innig, met traanglinstering van oogen, keek ie óp naar Liesje, óp naar d'r klein, goeiig gezichtje, dat zoo vermagerd was, waar zooveel eigen, stil verdriet op bleekte, naar die uitgeholde wangetjes, met die oüe, leelijke trekken al, en die mondhoeken, heel diep, als sneeën. O, wat schrikte ie, nu ie 'r zoo inééns vreemd aanzag, zoo dóór z'n verdriet heen, dat smalle lage voorhoofdje waarop 't lamplicht gnmw-bleek rimpelde, in groezelig leelijk gevlek van haar heele kopje.]

En eindelijk vertelde ie 'r, dat~ie bij Bresser tot drie keer toe in de maling genomen was door 'n kerel, en dat toen de dochter van den pratoon voor hém partij getrokken had. In diepe, stijgende uitlegging en omhaal wilde ie Liesje laten voelen wat dat zeggen wou, dat ze den heelen winkel voor hém had afgestaan en dat, toen haar pa erbij was gekomen, ze nog sterker hem was blijven voorspreken. Telkens wees ie Liesje op de eerlijkheid en schokkende goedheid, waarmee juffrouw Eva hém wou vrijspreken, en op de zachtheid, waarmee ze hém aan 't verstand had gebracht, dat ie niet zoo had moeten opstuiven, niet zoo schreeuwen. In opwindende koorts van verbeelding, vertelde ie wat ze zoo al tegen haar vader gezegd en hoe ze 'm aldoor had aangekeken; hoe dankbaar en gelukkig hij zich toen voelde. In verfijning van details, in bizondere

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.