Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



128

in woorden tot hèm, was iets geweest als toen in de kerk. Hij voelde 'n geluk, dat 'm bijna deed springen, huilen. Zij, zij had hèm verdedigd, zij had hèm voorgestaan; die mooie, jonge vrouw, met haar oogen, haar kijk, die dame. O, o! als ie er aan dacht, dan bonsde z'n hart. Zonder dat ze 't zag, had z'm, in haar opwinding, met d'r handje aangeraakt, toen haar vader 'm snotjongen genoemd had. Den zachten aanstoot voelde hij nog, precies de plek, alsof 't op z'n arm gebrand was.

Nooit nog had ie zóó dicht en lang bij zóó'n mooi meisje gestaan, bij een dat hém zacht had toegesproken. Hij voelde z'n gedachten woelen; tegen iedereen had ie wel kunnen lachen, als 't maar niet zoo mal stond. Op alle vragen van Bresser had ie luidgejaagd geantwoord, zonder eigenlijk goed te weten wat ie zei, want door alles heen hoorde ie den slependen, zilveren klank van Eva's stemmetje. Hij haakte naar drukte, gepraat; hij voelde zich al vreemder, vuriger, met 'n nieuw geluk in z'n ziel, zooals ie nooit nog gekend had. En toen ie nu weer naar binnen moest gaan, om aan Eva te vragen of ie op de steentjes wachten kon, had ie Bresser wel willen zoenen, en huilen kon ie van diep geschokt pleizier. Maar onder 't willen gaan naar haar toe, voelde ie weer vreesachtige schaamte in 'm zakken. Heel snel dacht ie 'r aan, wat te antwoorden, als z'm weer iets zou vragen. Misschien als ie dien zilveren klank weer hoorde, zou 'm wel iets te binnen schieten. Maar hij durfde niet den winkel instappen, hij durfde niet.

Zelf wist ie niet goed waarom. Ja, toch wel, half; bang was ie voor haar oogen; bang, dat als z'm nu weer zag, ze 't vanzelf mal zou vinden zoo'n knul als hij geholpen te hebben. En toch verlangde ie naar binnen. Als ie nog maar éven, éven haar stemmetje mocht hooren zingen. Maar hij durfde nog niet. Nu schaamde ie zich weer voor z'n vuile handen; die had ie eerst wel willen wasschen; en z'n nagels, en dan z'n stinkende fabrieksplunje. Wat graag had ie zich eerst even ergens ingekeken om te zien of ie erg vuil was. Pijnigender werd 't gevoel dat ie belachelijk voor Eva zou uitzien. Plots hoorde ie Bresser in 't kantoor naar de deur gaan. Nou moest ie, moest ie. Ineens was ie toen naar d'r plaats doorgeloopeen.

Kort-ernstig stond Eva 'm te woord. Even had ie 'r lang durven aankijken met warme, intieme dankbaarheid in z'n oogen. Maar ze lette 'r heelemaal niet op. Haar korte, beleefde, ernstige toon deed 'm schrikken. Zacht, plotseling voelde ie dat ie zich belachelijk aanstelde en juffrouw Eva, juffrouw Eva bleef. De ongenaakbare, rijke patroonsdochter had niet alleen partij voor hèm getrokken omdat hij 't was. Hoe kon ie zoo mal, zoo stomp zijn? Voor duizend anderen zou ze 't zelfde gedaan hebben. [Haar korte ernst-antwoorden hadden de jubeling in z'n ziel inééns uitgedoofd. Stil, ontdaan, verzakt in־zichzelf, loopend als tusschen dampwolken van verwarring en duizeling, schoof ie de tafels langs, zóó stil de trappen af op straat?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.