Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



127

— Kies nou maar niet langer! — onderbrak Bre sser weer driftig.

— Laat 'm nou eve uitprate pal — snauwde Eva, — u bent gruwelijk lomp!

— U bent 'r niet bij geweest, uw dochter wèl, — zei Hein, kalm-ironisch voortgaand, — U die niet goed kan zien of ik wel 'n meneer ben, zou ook niet gezegd hebbe dat die man daar 'n meneer was, want die heeft me alles behalve netjes angesproke... Exkuus verlang 'k niet eens van uwklover,... daarvoor is ie me te min.

Eva triumfeerde in zichzelf om den scherpen koelen trots van Hein. Elk oogenblik dacht ze dat ie zich zou laten overbluffen door haar trotschen papa, door de lacherijen der klovers en spottende onderbrekingen. Maar telkens vond ie zinnen, scherp-verwijtende bijtende woorden, om ze van z'n lijf te houên.

Bresser begreep dat er een eind aan gemaakt kon worden. Met ruwen omdraai zich in wrevel gewonnen gevend, vroeg ie Hein hem te volgen. Zonder 'n woord meer te zeggen ging Hols achter 'm aan 't kantoor in. Eva zat weer naast haar bak, onder 't felle licht, bij groepjes 't werk van Swarthuizen na te zien.

III.

Overal klonk gemompel en gemopper. In de gang kwamen 'n hoopje klovers bij elkaar, met gedempte stemmen heftig kibbelend over 't gebeurde. Eenigen zeiden dat Eva gelijk had, maar de meesten vonden, dat ze voor dien vreemden goj geen partij had moeten trekken. Dwars door 't groepje kwamen Jakoppie en Benjamin kreunend, langzaam aansjouwen 'n loodzwaren, buikigen pot, tot aan den rand gevuld met troebel-stinkend vitrioolwater.

Swarthuizen stond, met z'n laadjes in de hand voor juffrouw Eva, Hij durfde 'r niet aankijken. Na twintig minuten kwam Hols weer binnen. Hij moest vragen of ie op de rondiststeentjes kon wachten. Van binnen voelde ie zich half-dronken-soezerig van geluk. Hij, die anders nooit 'n zin goed dacht te kunnen zeggen, had in 't bijzijn van juffrouw Eva woorden gevonden. Eerst had z'm verlamd, betooverd, verbaasd, en inééns, toen ze 't zoo voor 'm opnam tégen haar voornamen papa, kon ie wel voor d'r knielen. Wat wou ie haar met 'n druk van z'n hand zeggen hoe diep dankbaar ie 'r daarvoor was. Wat ie voelde voor vreugd, was te veel, te sterk; een dóór-schallende jubeling, 'n lichtheid, alsof ie zoo in de lucht had kunnen wandelen. En waarom, waarom? Had ie zoo goed van zich afgebeten? Kon ie dan tóch wat zeggen als ze'm te na kwamen? Zelf wou ie zich maar niet indenken, dat h ij Swarthuizen had klein gemaakt. De twintig minuten, dat ie bij Bresser leverde, was 't gezicht van Eva geen oogenblik uit z'n gedachte geweest... dat scherpe, prachtige profiel, en die stem, dat geluid! Had ie van zooiets nou niet gedroomd, stemmengezang van wezentjes die ie wel engelen zou willen noemen ? Wat ie gevoeld had bij haar metalen stemaanslag,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.