Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



I 26

Juwelier Bresser voelde zich door haar halve terechtwijzing• 'n beetje beteuterd; maar toch kon ie niet verdragen dat zijn werklieden om Hols werden afgestaan. Half verward riep ie kwaad:

— In alle geval hèt ie hier niks te make,. .. niks, geen zier!... Hij komt toch lévere voor z'n baas, niet ?.. . Wat is dat allemaal voor onzin!. . . heeft zoo'n snotjonge 't recht mijn heel atelier in opschudding te brenge ?. .. Ik wou je werächtig wel verstandiger hebbe, Eef!

Ze kon 'm niet laten uitspreken. Ze zag Hein kleuren als vuur bij de nieuwe beleediging van haar vader. Begreep ie dan niet, dat er nu eens iemand tegenover 'm stond die 'n beetje meer eigenwaarde had, dan de anderen? Zij had 'm verdedigd tegen die kliek; hoe zouên ze in hun vuistje lachen, als Hols nou weer werd afgemaakt.

— Ik kan u niet late uitspreke pa ... 't is afschüwelik, afschü-welik hoe hier met de mensche wordt rondgespronge .. . Als ik u daarvan staaltjes zou verteile, die ik zelf nu pas gehoord heb, tegenover Monsdorff, Leman en zooveel andere, dan zou u leelijk opkijke... Ik begrijp maar niet dat u die heertjes zoo maar in 't wild kunt verdedige . .. En onzin zegt ü, als u beweert dat meneer Hols op de werkplaats niets te make had . . . Wie moest ie dan 't rondist-werk geve ?.. . Nee pa, ü wou 'k wel verstandiger hebbe!

Bresser voelde zich vastgezet. Z'n dochter afstaan wou ie niet, want te erg had ie 'r noodig in alles; maar gelijk geven wou ie ook niet. Weer wreekte ie zich op Hols. Zich plotseling alleen tot hém wendend, zei ie barsch:

— Wat heb 'k eigelijk mit al dat gezanik van noodig! . . . Heb jij te leveren of niet?... en heb je niet, dan hoepel je maar op.

Hein keek versuft dan Bresser dan Eva aan.

Nu vond ze haar vader nog brutaler, 't Was heelemaal 'n strijd geworden tusschen haar en Bresser, óver Hein heen.

— Nee pa, dat vind'k niet moedig van u! — viel ze driftig in, — eerst meneer Hols afsnauwe en mij, en de lui die 't feitelijk gedaan hebbe, geen woord zégge ! . .. Nu wil 'k dat meneer Hols niet weg mag, of meneer Swarthuize moet 'm z'n exkuses gemaakt hebbe!

Dät was te sterk voor den héelen winkel. De klovers kleurden van schaamte en woede. Overal klonken uitroepen van verbazing. Zelfs Bresser kraste zich op 't hoofd, z'n bril met 'n onnoodigen duw verschuivend. Verontwaardigd riep Swarthuizen:

— Jawèl!. . . dan ken ie läng wachte!

Toen ineens viel Hein in, met kalme zekerheid in z'n stem, tot Bresser:

— Meneer, laat 'k nou maar weggaan. Ik dank juffrouw Eva dat ze 'n woordje voor me gedaan heeft;. .. dat zou 'k me niet late anleune, als 'k wist dat ik geen gelijk had.. . U bent 'r niet bij geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.